Protestantse Gemeente Odijk


Het Witte Kerkje

De Protestantse Gemeente te Odijk is onlosmakelijk verbonden met het Witte Kerkje aan de Zeisterweg 34 (zie locatie op GoogleMaps). Dit eeuwenoude kerkgebouw is een Rijksmonument en een officiele trouwlocatie van de gemeente Bunnik.

Hieronder volgt een overzicht van de geschiedenis van het kerkje en informatie over het orgel en de kerktuin.

Ongeveer de helft van de kosten voor het onderhoud van het Witte Kerkje wordt gesubsidieerd door de Stichting Vrienden van het Witte Kerkje. Deze stichting genereert inkomsten uit de kringloopwinkel Het Snuffelhonk aan De Meent. Vanzelfsprekend is de Protestantse Gemeente erg blij met deze bijdrage in het onderhoud van het kerkgebouw!


Geschiedenis

Middeleeuwen - 1580

Dorp en kerk van Odijk zijn in hun oorsprong verbonden met de Kromme Rijn. In de nabijheid van een goede oversteekplaats van de rivier - waar later een brug gebouwd zou worden - ontstond de eerste nederzetting. Over het water werden de bouwmaterialen voor het eerste kerkgebouw aangevoerd. Het Witte Kerkje staat op een kleine hoogte dicht bij het water. Al bijna duizend jaar staat op deze plaats een kapel of een kerk. Hoe de eerste kapel er uit heeft gezien weten we niet - misschien dat opgravingen daarover ooit meer kunnen vertellen. Over het Witte Kerkje zijn we beter geïnformeerd omdat oude prenten en tekeningen laten zien dat het huidige kerkgebouw een restant is van een veel grotere en oudere kerk die in zijn oudste kern uit de twaalfde eeuw stamt (zie afbeelding).

De oude kerk van Odijk leek veel op de Oude of Sint-Stevenskerk in Werkhoven, die samen tot dezelfde parochie hoorden. Zij  werden allebei  rond 1230 door de bisschop van Utrecht geschonken aan de Sint-Servaasabdij van Utrecht die tot aan het begin van de reformatie eigenaar of patroon van de parochie Odijk en het kerkgebouw bleef.

Giften in geld en goederen van aanzienlijken uit de omgeving, zoals de Heer van Beverweerd en Odijk, en van broederschappen zoals de Onze-Lieve-Vrouwe-Broederschap, maakten het mogelijk om het kerkgebouw te onderhouden, te verfraaien of zelfs uit te breiden. Zo wordt in 1547 door de kerkmeesters, schout en aanzienlijken van het dorp besloten dat het koorgedeelte van de kerk, dat toen nog in de oude romaanse stijl gebouwd was, vernieuwd en vergroot moest worden. Daardoor zou er ruimte komen voor de uitgebreide viering van de eucharistie op het hoofdaltaar en voor zijaltaren die verbonden waren met bijzondere devoties, zoals voor de Heilige Maagd Maria.

Het nieuwe koor met transept (zijvleugels) wordt in gotische stijl  opgetrokken en verbonden met het oude romaanse schip van de kerk. Mede dankzij de giften van de Joffers Emmeken, Deliaen en Jutgen kan in 1548 de vernieuwde kerk worden gewijd door wijbisschop Nicolaas Simonszoon van Nieuwland. Bij die gelegenheid zalft hij een twaalftal consecratiekruizen, waarvan twee bewaard gebleven zijn. Zij zijn in 1981 gerestaureerd.

consecratiekruis kapiteel

Consecratie kruis

Kapiteel

In het vernieuwde koor worden drie nissen aangebracht: een nis voor de liturgische handwassing en de reiniging van het vaatwerk dat bij de mis gebruikt wordt en een kleinere nis voor het vaatwerk zelf. Daarnaast wordt er ruimte uitgespaard voor speciale banken voor leden van onder andere de Onze-Lieve-Vrouwe-Broederschap. Odijk telde in deze tijd ongeveer 300 inwoners .
Als in 1593 een visitatiecommissie de gemeenten op het Utrechtse platteland bezoekt om na te gaan hoe het met de doorwerking van de in 1580 door de Staten van Utrecht verordonneerde Reformatie van de kerk gesteld is, blijkt het kerkgebouw van Odijk in prima staat van onderhoud te verkeren. Het aantal kerkgangers is echter teruggelopen. Een beperkte groep van 75 protestanten was uiteindelijk met de Reformatie mee gegaan - samen met de pastoor Evert Aelbertszoon. De overige leden weken uit naar de katholieke kerk in Bunnik.

nis met tin

Nis met tin


1580 - 1850

In de daarop volgende twee eeuwen raakt het kerkgebouw langzamerhand in verval. Wanneer in de Franse tijd bij de scheiding van kerk en staat het kerkgebouw in het bezit komt van de toenmalige hervormde gemeente van Odijk is deze niet in staat om de veel te grote kerk te onderhouden. Een fikse storm van 3 op 4 maart 1818 zorgt ervoor dat het besluit genomen moest worden om toren, schip en transept af te breken. Onder het grind voor de kerk en het schapenweitje bevinden zich nu nog de resten van fundamenten van de oude kerk. Het gotische koor blijft staan en wordt voorzien van een klein dakruitertje met een klok: het Witte Kerkje krijgt zijn huidige gezicht.


1850 - Heden

In 1857 wordt er een consistoriekamer aangebouwd die tevens dient tot catechisatie- en vergaderruimte. In 1877 blijken herstelwerkzaamheden aan de kerk nodig en in 1913 vindt er een restauratie plaats met forse ingrepen in de constructie van het gebouw. Later volgen de restauraties elkaar in snel tempo op: 1955, 1958,1971 en 1981.

Ook het interieur ontkomt niet aan verandering: in 1933 wordt een middenpad door het bankenpatroon van 1842 aangelegd. In 1967 worden de banken, inclusief de herenbanken, vervangen door stoelen. De kansel wordt ontdaan van zijn klankbord en een vijftiende-eeuws wijwaterbekken wordt omgevormd tot doopvont.

In de tweede helft van de 20e eeuw groeide de hervormde gemeente dankzij de nieuwbouw in het dorp. Activiteiten namen toe en er ontstond behoefte aan nevenruimten; aanvankelijk nog in de pastorie, later in de consistorie. De oude consistorie werd na de brand van 1966 vernieuwd en vergroot. Verbonden met deze consistorieruimte werd in 2001 'de Meenthoek' gebouwd als centrum voor de vele activiteiten rond het Witte Kerkje.


De patroonheilige van de kerk

Een oude traditie wilde dat Sint Nicolaas de patroonheilige van de kerk in Odijk zou zijn. Deze overtuiging werd onder meer gevoed door de afbeelding van deze heilige op het oude gemeentewapen van Odijk.  De zelfde traditie was aanleiding om de in 1965 gebouwde Rooms-katholieke kerk aan de Sint Nicolaaslaan onder bescherming van deze alom bekende heilige te stellen. Door onderzoek van de rijksarchivaris in de provincie Utrecht, de heer  C. Dekker, werd echter in 1983 aannemelijk gemaakt dat de heilige Heribert de patroonheilige van Odijks oudste kerk zou zijn. De aanwezigheid van een luidklok uit 1505, die zich nu in het Slot Zeist bevindt en die afkomstig zou zijn uit de kerktoren van Odijk, zou hierop wijzen. Deze klok heet namelijk Sint Heribert.

Wie was deze Heribert en hoe kan zijn naam verbonden worden met Odijk? Omstreeks 970 is hij geboren als zoon van graaf Hugo van Worms. Na een opleiding in het klooster komt hij in 994 in dienst van de Otto III als kanselier, eerst voor Italië, later ook voor Duitsland. Tijdens deze periode ontvangt hij de priesterwijding en in 999  wordt hij aartsbisschop van Keulen. In 1002 sticht hij een benedictijner abdij te Deutz  bij Keulen, waar hij in 1021 begraven wordt. Of hij ooit heilig verklaard is en door welke paus is niet zeker, maar zijn gebeente wordt in een reliekschrijn geplaatst in de abdijkerk van Deutz. Een afbeelding op deze schrijn laat zien hoe Heribert regen afsmeekt tijdens een periode van grote droogte. De schrijn wordt sindsdien bij perioden van droogte bezocht door boeren die Heribert's bijstand aanroepen: Heribert wordt een 'regen'heilige.
Twee jaar voor zijn dood - op 3 mei 1019 - heeft Heribert uit het bezit dat hij van de keizer gekregen had een drietal hoven aan de abdij geschonken, waaronder een hof te Odijk.

Of de abdij in de daarop volgende twee eeuwen bij deze hof een kapel heeft laten bouwen is onbekend. Maar in 1230 stond er in ieder geval een kapel in Odijk die later in 1505 over een luidklok beschikte met de naam Heribert.  Omdat Heribert als patroonheilige zelden voorkomt in onze gewesten is zijn herinnering vervaagd: men hield hem voor de zeer populaire Sint Nicolaas. Deze oude geschiedenis rond de patroonheilige van het Witte Kerkje wordt in het dorp levend gehouden door vernoeming van twee straten: de Sint Nicolaaslaan en de Heribertlaan.

De bron voor bovenstaande informatie is het boekje 'De Sint-Heribert of het Witte kerkje te Odijk' van drs. Gerrit Vermeer. Clavis Stichting Publicaties Middeleeuwse Kunst, Utrecht; De Walburgpers, Zutphen, 1987

Heribert van Keulen

Otto III en Heribert van Keulen,
glas-in-lood raam St.-Heribertkerk,
Kreuznau


De torenhaan van het Witte Kerkje

Sedert 13 september 2008 siert  een gerestaureerde, blinkend vergulde torenhaan  de dakruiter van het Witte Kerkje . De restauratie riep de vraag op naar de geschiedenis van deze torenhaan.  En langs die weg kwamen we bij de geschiedenis van torenhanen in het algemeen. Hieronder vindt u een aantal wetenswaardigheden die we op onze zoektocht tegen kwamen.

In het  kerkelijke archief bleek weinig of niets te vinden over de geschiedenis en herkomst van de huidige torenhaan. Mogelijk stamt hij uit de 19e eeuw toen het  Witte Kerkje ontstond uit een veel grotere kerk die al langere tijd in verval was. Een fikse storm in 1819 gaf de genadeklap. Na  koninklijke toestemming  konden  de toren en het schip van de kerk afgebroken worden. Het  koor van de kerk werd met een nieuwe voormuur en een dakruitertje ‘verbouwd’ tot  een passend kerkgebouw voor de kleine Odijkse hervormde gemeente.

We lezen in de archieven over een publieke verkoping  in 1821  van sloopmateriaal van de oude kerk waarbij  in totaal zeven partijen oud ijzer verkocht worden aan de smeden  van  Werkhoven en Odijk en de koster.  Zaten daar soms ook resten bij van de oude torenhaan en het torenkruis? Dat blijft onduidelijk. Ook het bestek  en de voorwaarden voor de nieuwbouw geven geen heldere aanwijzing of  het oude kruis met  de haan  opnieuw gebruikt is bij de verbouwing  of dat er iets nieuws geplaatst is:

(...) En dan met vijfvierde duims vuure deelen de vier schilten digt te planken en dezelve met leijen te dekken en de hoeken met lood van vier ponden in de voet te bekleden,  boven het kruis met eenen vergulden  haan daar goed en vast op te zetten. (...)

Toen de haan voorafgaand aan de restauratie in juni 2008  geïnspecteerd werd, vonden we het moeilijk om te geloven dat hij al 180 jaar oud zou zijn. Hij leek eerder modern door de gestileerde vorm van kam en veren en het licht gebolde lichaam.

torenhaan

Orgel van het Witte Kerkje

Tot ongeveer 1850 werd in de kerk van Odijk de gemeentezang geleid door de voorzanger, die ook schoolmeester, koster, grafdelver was. Dat veranderde in 1865 toen een monumentaal Künckel-orgel uit 1783 werd gekocht. Dit orgel heeft dienst gedaan tot 1933. Het werkte niet meer naar behoren. Het werd voor ƒ 500.- verkocht aan de Hervormde Gemeente van Hoorn. Er kwam een deel van een Verweijs-orgel voor in de plaats.

Het Verweijs-orgel

Het Verweijs-orgel was een afgekeurd 3-klaviers orgel bestemd voor het conservatorium te Utrecht. Het werd omgebouwd tot 2 orgels van 2 klavieren. Het ene orgel kwam in Odijk te staan. Het andere werd in de Hervormde Kerk van Cothen geplaatst. Omdat het orgel al geruime tijd vele gebreken vertoonde, heeft het College van Kerkvoogden begin 1970 advies gevraagd aan de “Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde Kerk”. Hierbij enige opmerkingen uit het rapport van de Orgelcommissie, gedateerd 13 maart 1970: “Het grote aantal registers is slechts schijn: Het berust op het principe van transmissie. Het pijpwerk is van discutabele, fabrieksmatige makelij, gemaakt van minderwaardig materiaal n.l. zink. Het heeft weinig zin en is bovendien niet verantwoord aan dit orgel nog verdere kosten te besteden”.


Het huidige orgel

Naar aanleiding van dit vernietigende rapport is via de Orgelcommissie contact gezocht met Orgelbouwer K.B. Blank & Zoon te Herwijnen. Deze deed 25 februari 1971 prijsopgave voor de bouw van een twee-klaviers orgel met vrij pedaal - totaal 11 stemmen en 1 transmissie - totale kosten ƒ 64.792.-. Op 25 januari 1972 werd het contract getekend voor de bouw van een orgel, bestaande uit het hoofdwerk met 7 stemmen, een rugwerk van 4 stemmen en pedaal, 2 stemmen. De transmissie betreft het pedaal: gedekt 8’ als aanvulling op de Bourdon 16’.

Op donderdag 30 mei 1974 om 20.00 werd in een feestelijke bijeenkomst het orgel overgedragen aan de gemeente. Organist was Klaas Schuyt. Het houtsnijwerk aan het orgel werd verzorgd door plaatsgenoot Blitterswijk. In 1991 werden diverse reparaties uitgevoerd door de firma Blank. In 1992 en 1993 werd het orgel compleet gemaakt door het aanbrengen van een nieuwe Vox Humana 8’ in het Rugwerk. Hiervoor was bij de bouw ruimte gereserveerd. De kosten bedroegen bijna ƒ 18.000.-. Hiermee werd het Rugwerk compleet. Ook zijn de resterende 18 nieuwe houten pijpen van Bourdon 16’ in het pedaal geplaatst. De kosten waren, inclusief jaarlijkse stembeurt, ƒ 5.640.-. Hiermede is ook het pedaal compleet en de Gedekt 8’ een zelfstandige stem geworden.

Huidige dispositie:
Hoofdwerk - 516 pijpen, Rugwerk - 270 pijpen, Pedaal - 54 pijpen

orgel


organist Harry den Besten
Prestant (discant)
Gedekt
Prestant
Gemshoorn
Octaaf
Sexquialter (disc.)
Mixtuur 1 1/3'
Dulciaan b/d
8'
8'
4'
4'
2'
2 st
2-4 st
8'
holpijp
roerfluit
prestant
quint
vox humana
tremulant

8'
4'
2'
1 1/3'
8'


bourdon
gedekt





16'
8'





Koppelingen : Hoofdwerk – Rugwerk b/d en Pedaal – hoofdwerk.
Totaal gewicht orgel 2.500 kg.
De orgelgaanderij moest worden versterkt en uitgebreid. Vele vrijwilligers hebben meegewerkt met de werkzaamheden en de geldwerving.
Het was een orgel van zijn tijd. Eigenlijk te groot voor de kleine kerk van Odijk. Bij het volle werk klonk het orgel schel en doordringend. Zoals kerkgangers meldden: De ruiten staan bol. In 2004 is de luchtdruk verlaagd. Nu klinkt het orgel vriendelijker en milder.


Kerktuin

Historie

Rond het Witte Kerkje liggen de kerkeboomgaard, de pastorietuin en de begraafplaats. Samen vormen zij de oudste groene kern van Odijk. Uit afbeeldingen van vroeger valt te concluderen dat er in de loop van de jaren heel wat veranderd is, maar een paar oude eiken en perenbomen en een grote magnolia zijn een zichtbare erfenis uit het verleden. Om die reden genieten zij ook gemeentelijke bescherming.

Honderd jaar geleden lag rond de toenmalige pastorie een "pleziertuin", een grote moestuin en een klein park met laantjes, een eilandje en twee bruggetjes. Zo wordt het beschreven door mevrouw De Vrijer - Struijs, echtgenote van dominee De Vrijer (predikant te Odijk van 1906 tot 1920). De begraafplaats lag direct naast de kerk; dit is het gedeelte direct bij de ingang, aan weerszijden van het ingangspad. In 1948 en de jaren daarna is de pastorietuin geleidelijk ingekrompen, en de begraafplaats uitgebreid. Het nieuwste gedeelte is in 2004 voltooid.

De begraafplaats is een van de weinige Protestantse begraafplaatsen in de provincie. De oudste graven, vanaf 1837, liggen rechts van de ingang. Latere graven in dat gedeelte, vanaf ca. 1900, zijn enige tijd geleden geruimd, behalve enkele graven waarop nog grafrechten rusten. In dat gedeelte liggen nu twee rijen urnengraven . Het gedeelte links van de ingang is in stand gebleven, maar er wordt hier niet meer begraven.

Magnolia

Magnolia


Een korte rondwandeling

Komende van de Zeisterweg hebben we rechts voor de kerk een boomgaard die ook tot de bezittingen van de kerk behoort, en waarin nog enkele oude perenbomen staan. Vroeger graasden hier de 'kerkschapen' van de diakonie. In de grond zitten waarschijnlijk nog restanten van de vroegere grote kerk. De zomereiken voor de pastorie zijn ongeveer honderd jaar oud. Daarachter staat een grote magnolia, die elk voorjaar uitbundig bloeit.

Links is de ingang van de begraafplaats. Die gaan we in. Direct vooraan rechts bevinden zich drie zeer oude graven (1837). Aan de linkerkant tegen de kerkmuur aan staat nog een aantal oude grafstenen van graven uit het begin van de vorige eeuw. Op de plaats waar nu de urnengraven zijn aangelegd, waren vroeger graven van rond 1900. Deze graven zijn een aantal jaren geleden geruimd.

We lopen rechtdoor tot aan de consistorie. Links is de grafsteen van dominee Van Haaften (predikant te Odijk van 1930 tot 1943). Het pad rechts volgend komen we langs de uitbreidingen van 1948, 1967 en 1992. Aan het eind gaan we twee keer rechtsaf. Nu komen we bij het nieuwe gedeelte uit 2004. Als we het middelste vak links oversteken, komen we bij een opening in de heg. Hierachter is een overgangszone naar de pastorietuin aangelegd met een gevarieerde beplanting. Hier gaat u naar links. Aan het eind van het grindpad ligt een romantisch eilandje aan de oude tak van de Kromme Rijn, met een begroeiing die zoveel mogelijk in natuurlijke staat wordt gehouden.

Terug via het grindpad komen we weer uit bij de oude eikenbomen en de voorkant van het Witte Kerkje. De inzet van een groep enthousiaste vrijwilligers  zorgt er voor dat dit  oudste stukje van Odijk bewaard  blijft, zodat alle inwoners ervan kunnen genieten. Als u zin hebt om eenmaal in de week op maandagmiddag mee te helpen in het onderhoud van de kerktuin en de begraafplaats, dan bent u van harte welkom. Kom gerust eens langs of vraag informatie bij John van Os (email: begraafplaats@pknodijk.nl)

graven 1837

Graven van 1837



Tuinploeg

De tuinploeg aan het werk




Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 030-8780698), email:
Mw. P. Beumer-de Gier (scriba), email:

disclaimer