Protestantse Gemeente Odijk


Esther 3 en 4

Ds. K.F. Visser
17-04-2016

Lezing(en): Esther 3 en 4


Gemeente van Christus,

Het is alweer zo’n vijf jaar geleden dat Hadassah, de pleegdochter van haar oom Mordechai koningin van Perzië werd en met een nieuwe naam door het leven gaat: koningin Esther. Maar de liefde is bekoeld. Het nieuwtje is eraf voor koning Ahasveros.

Het is ook alweer vijf jaar geleden dat Mordechai een aanslag op de koning wist te verijdelen. Zijn naam staat met eer vermeld in de Staatscourant, maar die is vergeeld. De burcht van Susa waar het paleis van de koning staat, lijkt in die jaren een veilige verblijfplaats voor de Joden die er als ballingen wonen.

Ondertussen is er iemand omhoog gevallen, Haman, de Jodenhater. Haman had gezien hoe Mordechai niet knielde voor hem in de poort. En toen het Haman ter ore kwam dat Mordechai een jood was, greep hij zijn kans om meteen voor te stellen alle joden in het Perzische rijk te laten uitroeien. Als de Farao van de laatste plaag in Egypte voor de Uittocht. Hij drukt zijn plan erdoor, natuurlijk met het sterkste wapen dat het de koning economisch gewin zal opleveren. Dan wordt het bevel opgesteld. De vernietigingsmachine komt op gang, uitgerekend op de 13de dag van de maand Adar. Maar in een latere fase moet één maand eerder het bevel in één dag worden uigevoerd, op de dertiende van de eerste maand Nisan. En laat dat nou precies voor de Joden de vooravond van Pasen zijn, het feest van de Uittocht uit Egypte.
Nu dreigt deze datum de vooravond te worden van Israëls ondergang. En Esther is dan precies één maand niet bij Ahasveros geroepen.

Het lot van Haman besliste, zo lijkt het. Het ‘pur’, het lot, dat Haman wierp om de dag van Israëls ondergang te bezegelen, geeft hem het gevoel dat hij de macht heeft. Maar is dat ook zo? Dit bijbelverhaal wil zonder grote woorden, zonder openlijk te spreken over God, vertellen dat God zich inderdaad schuil houdt bij de mensen die leven van de hoop.

We zijn in hoofdstuk 4 aangekomen van de bijbelse novelle over Esther. Dit wordt het keerpunt. Wat hierna volgt is de ontknoping, de redding van het Joodse volk en de viering van het Lotsfeest, het Lotenfeest, Poerim. Maar hier in dit hoofdstuk gaat het om dat keerpunt. En het beeld dat het beste past bij dit keerpunt is het beeld van de poort, de nieuwspoort.

Al eerder was die poort voor de ingang naar het koninklijk centrum van belang geweest, als doorgeefluik van vitale berichten. De dreigende aanslag op de koning werd door Mordechai via de poort aan hem doorgespeeld.

Nu zien we Mordechai opnieuw bij de poort, vóór de poort zelfs. Er is toch enige verwijdering ontstaan tussen de koning en Mordechai. Wat heet! Mordechai zit in zak en as voor de poort. Hij is hardop roepend de stad doorgetrokken om aandacht te vragen voor de ondergang van het Joodse volk. Want hij had van dat koninklijke besluit gehoord om alle joden uit te roeien. Mordechai roept om recht, zoals er altijd weer in het Oude en later in het Nieuwe Testament om recht geroepen wordt.
‘Doe mij recht’, smeekt de dichter van Psalm 26. ‘Doe mij recht’, vraagt de weduwe in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter (Lucas 18).
Een roep die meestal tot God wordt gericht, God als de enige en hoogste rechter.
Maar Mordechai richt zijn klacht niet tot God, maar tot de koning. Mordechai haalt God er niet zomaar bij. Het gaat hier om pure politiek, om de corrupte macht van Ahasveros, de marionet van Haman, de Jodenhater, de man die over lijken gaat.

Je kunt God er wel bijhalen, bij de dingen die gebeuren in de grote of jouw kleine wereld, maar je kunt het ook niet doen. Je kunt het ook horizontaal houden, terwijl het toch om recht gaat. Dat maakt dit bijbelboek zo nuchter. Geloven is een bepaalde manier om tegen de werkelijkheid aan te kijken. Dat kan met woorden, met gebeden en liederen. Maar het kan ook zonder, als de grondhouding maar gevoed wordt door hoop, door een eerlijk verlangen naar recht. God houdt zich immers schuil bij mensen die leven van de hoop.

De eenmansdemonstratie van Mordechai wordt opgevangen in de vertrekken van Esther. En zij schrikt. ‘Laat Mordechai alsjeblieft zijn mond houden! Laat hij zich gedeisd houden, een beetje normaal doen! En laat hij vooral fatsoenlijke kleren aantrekken, zegt ze. Val niet zo op!

Maar Mordechai die dat hoort via zijn tussenpersoon Hatach, Mordechai weigert!
Hij geeft zijn burgerlijke ongehoorzaamheid niet op, niet nu.

Toch voelt hij wel aan dat hij iets moet doen. En hij waagt de sprong in het diepe. Hij neemt Hatach in vertrouwen en vertelt hem het hele verhaal. Over Esther die Jodin is en over het bevel tot uitroeiing van de joden, zelfs over het geld dat in de schatkist van Ahasveros terecht zal komen.

Als politiek activist heeft Mordechai de situatie scherp op het oog. Niemand brengt hem van zijn inzichten af. Hij heeft zelfs een kopie bij zich van het bevel tot volkerenmoord en speelt dat door aan die Hatach. En hij gaat nog een stap verder.
Hij geeft een opdracht aan Esther om bij de koning om genade te smeken voor haar en haar volk.

En hij heeft geluk. Hatach beschaamt zijn vertrouwen niet en brengt alles aan Esther over.

Hij heeft geluk, zo kun je het gewoon zeggen. Als gelovige lezer ligt het voor de hand om te zeggen dat daar God wel achter zal zitten. Dat God het allemaal zo heeft geleid, dat het goed zal komen. Maar, gemeente, dat is alleen achteraf een gelovig besef. Zo kun je ernaar kijken. Maar het bijbelboek Esther doet dat niet. Het verhaal heeft zijn eigen dynamiek. Zoals de werkelijkheid altijd weer op verschillende manieren kan worden bekeken. Met God, maar ook zonder God.
Wat voor de één geluk heet, is voor de ander een zegen van God. De één zal zeggen: De pillen van de dokter hebben mijn ziekte genezen, de ander dankt God voor de gave van het medicijn. Geloven is zingeving. Wie gelooft, probeert de werkelijkheid doorzichtig te maken, transparant, tot op God.

Dat maakt volgens mij dit bijbelboek zo toegankelijk voor mensen van deze tijd.
Want het is niet meer zo vanzelfsprekend om over de hand van God te spreken in deze tijd.
Je kunt dit bijbelboek ook lezen als een nuchter verhaal over de dappere moed van een vrouw als Esther en een man als Mordechai, over toeval en geluk. En daar is volgens mij niks mis mee. Maar je kunt het ook invullen met een gelovig besef, dat God deze chaotische, waanzinnige wereld in zijn handen houdt. Dat het je dankbaar maakt als je ziet dat bepaalde keuzes goed uitpakken. Dat het je dichter bij God brengen kan.

Nog één keer treedt Hatach als postbode op. Hij brengt de angst van Esther over aan haar oom: ‘Ik mag, ik kan toch niet zomaar bij de koning naar binnenstappen! Hij zal me doden en trouwens hij heeft al in geen dertig dagen naar mij omgekeken. Ik weet niet hoe dit zal aflopen, ja, misschien als hij mij scepter reikt, maar ja, als….’
En met die dertig dagen wordt de herinnering opgeroepen aan die bewuste datum waarop het moordbevel werd uitgevaardigd en de datum van de uitvoering ervan, de dag die voor de joden de vooravond is van Pasen, maar naar de bedoeling van Haman de dag van de definitieve ‘Endlösung’.
Dan verdwijnt Hatach van het toneel. Degene die hierna de correspondentie verzorgt, heet naamloos ‘men’. De spanning is ondertussen flink opgevoerd in het verhaal. Het gaat nu alleen nog om Esther en Mordechai. En de vragen liggen voor de hand: Waarom staat het volk van God dit lijden te wachten? Waar is God überhaupt?

Geen spoor van God te bekennen. Wat is de zin van het leven? Is God doof of dood?
Maar al die vragen worden niet gesteld. Ze komen niet boven drijven. Ja, want – nogmaals het motto van dit bijbelboek - : God gaat schuil bij mensen die leven van de hoop.

Hoor wat Mordechai zegt: Maak je geen illusies, Esther, dat jij van alle joden in het paleis zult ontkomen. Wanneer jij er op dit ogenblik het zwijgen toe doet, dan zal er voor de joden van een andere kant ruimte en redding komen. Maar jij en je familie zullen omkomen. Wie weet of jij niet uitgerekend hierom tot het koningschap gekomen bent.

Hier gaat het over vanmorgen, gemeente. Over dat onuitgesproken geloof. Of liever, over die diepe hoop. Dat oervertrouwen dat er waarachtig recht zal worden gedaan. Dat het recht zal zegevieren. Mordechai heeft het over ‘redding van een andere kant’.
Wie weet, zegt hij, maar hij weet helemaal niks. Hij vertrouwt blijkbaar alleen.
Wie gelooft, mag dit invullen met de naam van God. In het bijbelverhaal wordt dat niet gedaan, er wordt niet over God gesproken, niet openlijk, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, want dat is het niet.

Mordechai weet helemaal niks en menigeen zal dat beamen. Een mens weet als het erop aankomt vaak van niks. Als het erop aankomt, blijft de mens onzeker en alleen. Hij leeft op hoop van zegen, als het al lukt. Mensen zoeken naar sporen van God, maar die liggen niet voor het oprapen. Het vraagt om een bijzondere manier van kijken, van interpreteren van de werkelijkheid, van zingeving. En ik geloof dat we dat heel goed herkennen. Heel wat gelovige mensen aarzelen eerder dan dat ze het heel zeker weten. Ze spreken liever voorzichtig over ‘hulp van boven’, dan dat ze het zo ronduit benoemen. We bedoelen misschien wel God, maar we zeggen het maar liever niet zo hardop. Je kunt je ook zo ontzettend vergissen.

Wie weet, zeggen we. Wie weet ben ik wel hierom dit of dat gaan doen. Wie weet, heeft God er wel mee te maken? Maar ik leg me er maar niet op vast. Ik blijf liever zoeken en vragen. Net als Mordechai. Hij haalt er God niet eenvoudig bij.
Hij zet alleen Esther aan het denken. Hij zegt niet: Zo zit het! Nee, hij vraagt: Zou het ook zo kunnen zijn dat…. wie weet.

Zo’n benadering dringt niks op, maar zet aan het denken, zet een mens misschien wel aan tot bidden, tot bezinning, brengt een mens tot keuzes in alle voorlopigheid. Geen grote woorden, geen stellige getuignissen, niet meteen het gelovige hart op de tong. Liever maar wat zwijgen en vertrouwen houden.

Dan zegt Esther: Sta me bij! Laten we vasten. Drie dagen en drie nachten! Ze stelt niet zomaar een hongerstaking voor. Omdat het Pasen wordt, zijn die drie dagen en drie nachten de tijd waarin de werkelijke beslissingen vallen. Het is cruciaal. Het gaat om leven of dood.

Help me, vraagt Esther, vast met mij, dat ik het weten mag, dat ik ook werkelijk doen moet wat ik doen ga. En dan, dan zal ik gaan, kom ik om dan kom ik om, zegt ze.
Dit gaat mij door merg en been. Hoe Esther alles op een rij zet. Hoe ze de afweging maakt. Hoe ze onder ogen ziet, dat het ook haar dood met zich mee kan brengen en dat van het hele volk. Haar houding, haar overgave, haar inzet, haar afweging, haar besluit, het is … messiaans.

En dat wordt het keerpunt. Dit is om zo te zeggen haar heilige grond. Zoals zo vaak worden in dit verhaal de indrukwekkende momenten uit de Mozes en Jozefgeschiedenissen opgehaald. Beslissende momenten, waarop initiatief genomen wordt, waarin mensen opstaan om te doen wat ze voelen dat ze moeten doen, op hoop van zegen.

En dan staat er: Mordechai ging weg. Letterlijk staat het er net even anders. Er staat: Mordechai stak over. Van de poort staat hij op en loopt weg. Het is een overtocht, zo groot. zo intens als in de geschiedenis van Israel zo vaak beschreven is. Een doortocht door de Rietzee, door de woestijn, over de Jordaan, het nieuwe land door….
Mordechai stak over. Het grote thema van de bevrijding wordt hier in deze eenvoudige woorden verbeeldt.

Want nog eens, er zijn hier in het bijbelboek Esther geen grote woorden voor.

Soms zijn de dingen in je leven zo gewoon, zo weinig verheffend en dat hoeft ook helemaal niet. Een mens kan niet aldoor op zijn tenen lopen, op de toppen van zijn bestaan. Maar soms wordt alles zo vlak, zo leeg, dan komen de vragen: Waarom? Wat moet ik met mijn leven? Wat is mijn bestemming? Wat is mijn roeping? Wat is de zin van mijn bestaan? Wie is God? Waar is God? Praat er maar liever niet over met al te grote woorden. Zwijg maar liever, vast en bidt en dank en ga dan!

Het is zoals we gaan zingen, met Lied 717.

Heer, als er dan geen zin is in ons werk gelegen,
legt Gij een zin daarin, verkeer de vloek in zegen,
opdat wij als weleer bewonen zonder pijn
een aarde, waar wij weer gelukkig kunnen zijn.

Wie weet komt het goed?

Geloven is altijd weer leven op hoop van zegen.

Wordt vervolgd.

Amen.

Overzicht preken

02-09-2018
Helder zicht

26-08-2018
Mee-eters

19-08-2018
Genezing doofstomme

08-07-2018
Jona 4

01-07-2018
Jona 2 en 3

24-06-2018
Jona 1

03-06-2018
Mensen boven regels

27-05-2018
Zondag Trinitatis

20-05-2018
Pinksteren

13-05-2018
Wezenzondag

10-05-2018
Hemelvaartsdag

22-04-2018
De goede herder

15-04-2018
Petrus

01-04-2018
Paaspreek
(Pasen)


25-03-2018
Een koning zonder troon
(Palmzondag)


18-03-2018
De graankorrel

11-03-2018
Delen
(Oecumenische dienst Veertigdagentijd)


18-02-2018
Verzoeking in de Woestijn

11-02-2018
Eenzaam, tweezaam

28-01-2018
Van een leer word je nog geen leerling

14-01-2018
Bruiloft in Kana

31-12-2017
Oudejaarsdienst

25-12-2017
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2017
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


17-12-2017
Woestijnroos
(Derde advent)


10-12-2017
Jesaja's vredesvisioen
(Tweede advent)


03-12-2017
Voorbereiden op Kerst
(Eerste advent)


26-11-2017
Houdt uw lamp brandende
(Eeuwigheidszondag)


12-11-2017
Kinderen van het licht

05-11-2017
Dankdag

29-10-2017
Een vaste burcht is onze God

08-10-2017
Jaloezie
(Jeugddienst)


01-10-2017
Israëlzondag

24-09-2017
Zorgen moet je doen niet maken

17-09-2017
Vredeszondag
(Oecumenische dienst)


10-09-2017
Zacheüs
(Startzondag)


27-08-2017
De farizeeër en de tollenaar

20-08-2017
Waarom zou ik naar de kerk gaan?

13-08-2017
Denken over danken

02-07-2017
Het verloren muntje

18-06-2017
Rijke man en arme Lazarus

28-05-2017
Ruth 4

21-05-2017
Ruth 3

14-05-2017
Ruth 2

07-05-2017
Ruth 1

16-04-2017
Pasen

09-04-2017
Palmzondag

26-03-2017
Genezing blinde

12-03-2017
Verheerlijking op de berg

05-02-2017
Zout en licht

29-01-2017
Zaligsprekingen

15-01-2017
Oecumene
(Oecumenische dienst)


08-01-2017
Wijzen uit het Oosten

30-12-2016
Oudejaarspreek
(Oudjaarsdienst)


25-12-2016
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2016
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


11-12-2016
Derde zondag van Advent
(Derde advent)


27-11-2016
Eerste zondag van Advent
(Eerste advent)


20-11-2016
De namen op de zuil
(Eeuwigheidszondag)


13-11-2016
Johannes de Doper

06-11-2016
Jona
(Jongerendienst)


02-10-2016
Israëlzondag

25-09-2016
Bethel

11-09-2016
Deel je leven
(Startzondag)


04-09-2016
Waar je mee omgaat...

21-08-2016
Zorg dat je d’r bijkomt!

14-08-2016
Psalm 5: een psalm in oorlogstijd

03-07-2016
Zorgeloos leven?

26-06-2016
De esculaap

19-06-2016
Bloeiend leiderschap

12-06-2016
Tussen angst en vertrouwen

29-05-2016
God in de wolken

22-05-2016
Vervolgde Christenen

15-05-2016
De Geest
(Pinksteren)


24-04-2016
Esther 5, 6 en 7

17-04-2016
Esther 3 en 4

10-04-2016
Esther 1 en 2

27-03-2016
Eerst geloven, dan zien!
(Eerste Paasdag)


20-03-2016
Het nieuwe verbond
(Palmzondag)


13-03-2016
Jezus, de Hoeksteen
(Oecumenische dienst)


06-03-2016
Een vader had twee zonden
(Vierde zondag veertigdagentijd)


14-02-2016
De bruggenbouwer
(Eerste zondag veertigdagentijd)


07-02-2016
Mensen vangen

31-01-2016
Optreden van Jezus in Nazareth

10-01-2016
Dochtertje van Jaïrus
(Jongerendienst)


31-12-2015
De onvruchtbare vijgeboom
(Oudjaarsdag)


25-12-2015
Vrede op aarde?
(Eerste Kerstdag)


24-12-2015
De nacht van de hoop
(Kerstnachtdienst)


13-12-2015
Maria en Elisabeth
(Derde advent)


06-12-2015
Heilig Kind
(Tweede advent)


29-11-2015
Wees niet bang!
(Eerste advent)


22-11-2015
Valsheid tegenover oprechtheid
(Eeuwigheidszondag)


08-11-2015
Zondagsrust
(Dankuur voor gewas en arbeid)


01-11-2015
‘Hoe heet je?’
(Doopdienst)


11-10-2015
De rijke jongeman

04-10-2015
Mozes en Jezus
(Israëlzondag)


02-10-2015
En Jezus schreef in ’t zand
(Oecumenische Seniorenviering)


27-09-2015
Psalm 8

20-09-2015
Achab en Nabot
(Vredeszondag)


13-09-2015
De barmhartige Samaritaan
(Startzondag)


23-08-2015
Tien keer onafscheidelijk

16-08-2015
Effata! Ga open!




Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 030-8780698), email:
Mw. P. Beumer-de Gier (scriba), email:

disclaimer