Protestantse Gemeente Odijk


Esther 5, 6 en 7

Ds. K.F. Visser
24-04-2016

Lezing(en): Esther 5, 6 en 7


Gemeente van Christus,

Vandaag het derde en laatste bedrijf over Esther, de ontknoping van het drama.

Esther moet zich behoorlijk eenzaam hebben gevoeld, stel ik me voor. Haar oom Mordechai had haar aan het denken gezet. Zou ze van bijzondere betekenis kunnen zijn daar aan het Perzische hof? De heimelijke jodin, die koningin van Perzië werd?

Haar benarde situatie, de dreiging, de wet van Meden en Perzen om de joden uit te roeien, zou zij haar positie in de strijd kunnen werpen? Laat ze zich leiden door die hint van Mordechai als een hint van Hogerhand? ‘Misschien ben je wel hierom koningin van Perzië geworden, om jezelf en je volk te redden? Wie weet?’

Maar ze staat er wel alleen voor. Ze heeft lang geaarzeld. Zou ze ongevraagd naar de koning gaan? Ze zou het met de dood kunnen bekopen.
Het kon zomaar met haar gedaan kunnen zijn, met haar en met haar volk. Zou ze zwijgen? De weg van de minste weerstand gaan?

Of kan dat al eigenlijk niet meer? Ze heeft vast vaak terug gedacht aan Wasti, die opkwam voor zichzelf en werd weggestuurd.

De verteller van deze bijbelse novelle over Esther kent de roemrijke verhalen uit het verleden. Er waren vaker vrouwen geweest die het bevel van een machthebber naast zich neer gelegd hadden. De vroedvrouwen Sifra en Pua hadden het bevel van de Farao genegeerd om de eerstgeboren joodse jongentjes te doden (Ex. 1: 15-21).
Zo hadden ze Mozes van een wisse dood gered, het begin van de bevrijding uit Egypte.
En later was daar Rachab geweest, die vrouw van lichte zeden, die het bevel van de koning van Jericho bewust niet had opgevolgd, zodat de intocht in Kanaän kon beginnen.
Op de kruispunten van de bijbelse geschiedenissen van Israël stonden heel vaak vrouwen! Zo gebruikt de verteller ook hier dit motief.

Esther gaat! Ze verlaat haar vertrek en gaat ongevraagd de koningszaal binnen. En blijkbaar doet ze dat met zoveel gratie en uitstraling, dat de koning smelt. Hij reikt haar zijn gouden scepter.

Maar hij voelt meteen aan dat ze met een probleem zit: ‘Wat is er met je? Wat is je wens? Al was het de helft van mijn hele rijk!’

Is dat oosterse hoffelijkheid? We horen het nog eens in de bijbel. Bij koning Herodes, die hetzelfde zegt tegen zijn dochter Salome: ‘Wat wil je? Wat is je wens?’ En dan vraagt zij om het hoofd van Johannes de Doper! (Marcus 6.)

Maar Esther doet het anders. Ze vraagt niet meteen om het hoofd van Haman, de Jodenhater. Nee, ze doet het met meer tact, diplomatieker. Ze kent de aloude wijsheid: De liefde van de man gaat door de maag. Ze stelt een maaltijd voor. ‘En koning, zegt ze er vriendelijk bij, ‘nodig gerust Haman erbij uit!’

En als ze dan aanzitten aan het chique diner en de koning nog een keer vraagt wat Esther wenst, voert ze de spanning voor ons als lezer nog hoger op.
’Ik wil graag ook morgen een maaltijd bereiden, mocht ik genade vinden in uw ogen, o Koning. Ik zou niets liever willen dan dat U en Haman nog een keer mijn gasten zijn, dan zal ik vertellen wat ik verlang’.

De herhaling, die de spanning in het verhaal legt, is het wapen van deze grandioze vertelling. Het dwingt de lezer tot geduld. Je moet wachten op de bevrijding. ‘Het juiste woord op de juiste tijd is als een gouden appel op een zilveren schaal, zegt de Spreukendichter’, Spreuken 25: 11. En die gaan we nog een keer horen, als nadere uitleg en toepassing van dit machtige verhaal.

Tussen die eerste en die tweede maaltijd krijgen we een inkijkje in de wereld van Haman. We zien zijn enorme ijdelheid. Haman kickt op het verzoek van Esther. ‘Ik ben morgen weer door Hare Majesteit uitgenodigd’, roept hij glimmend van trots naar zijn vrouw.

Maar hij weet dan nog niet, dat er allang een luis in zijn pels zit. Mordechai, de jood, weigert nog altijd te knielen als Haman door de poort rijdt.
En zijn vrouw hitst hem op: ‘Waarom laat je hem niet ophangen! Laat een paal voor hem maken, hang hem eraan op!’ ‘Een goed idee’, zegt Haman, ‘Morgen is Mordechai dood!’

Waarom moet Mordechai dood? Waarom is Mordechai de luis in de pels van Haman? Waarom is Mordechai belangrijk voor hem?
Je kunt zeggen, het is de domme trots van de omhoog gevallen kleine man. Hij ruikt macht. En hij laat er zich gek door maken. Of is het toch meer?

Waarom zijn het altijd weer de joden, die worden vervolgd, gemarteld, uitgeroeid, de geschiedenis door? En al vanaf het vroegste begin.
Psalm 83, één van de oudste psalmen uit de bijbel, geeft lucht aan de bange gevoelens van het volk:

‘God houdt U niet stil, zwijg niet, God, zie niet onbewogen toe, uw vijanden roeren zich, trots heffen uw haters het hoofd. Tegen uw volk smeden zij een complot, ze spannen tegen uw lieveling samen en zeggen: Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam zal nooit meer worden genoemd!’

Toen al antisemitisme. Wat is dat toch?

‘Het Jodendom’, schrijft Abram Heschel, één van de belangrijkste joodse denkers van de 20ste eeuw, ‘het Jodendom, dat is Gods zoeken naar de mens’.
Zit daar misschien de kern? De uitverkiezing van Israël – het volk als oogappel van God - is een diep gevoeld besef. Een besef dat twee kanten op kan. Aan de ene kant versterkt het de eigen identiteit. Het volk ligt na aan het hart van God en voelt zich heel bijzonder, maar aan de andere kant roept het ook een bijzondere levensinstelling op en lang niet alle andere volken hebben daar oog voor gehad, werden jaloers, zagen in het doen en laten van joden aanleiding om hen van alles en nog wat de schuld te geven.

Ik las ergens een verhaal waarin een rabbi bij Frederik de Grote, de koning van Pruisen in de 18de eeuw, komt. Die Frederik de Grote zegt tegen de rabbi: Wanneer je me een bewijs voor het bestaan van God kunt geven, zal ik in Hem geloven. De rabbi aarzelt en antwoordt bijna verlegen: ‘Het enige bewijs voor het bestaan van God is het bestaan van zijn volk’.

Maar wat moet je met zo ’n antwoord? Is het in de kern zo dat de jood door er te zijn de mens herinnert aan God? En dat dit weerstanden oproept. Waarom wordt de Jood wel uitverkoren en wij niet?

Als het goed is, vertegenwoordigt het volk Israël haar God, roept haar bestaan de geestelijke werkelijkheid van God op… als het goed is, al weten we dat het lang niet altijd goed is.
De bijbel vertelt vaak hoe Israel haar roeping vergeet. Maar toch, ergens botsen mensen op de gedachte dat er een God is, die zich dit ene volk verkoren heeft. En dat wij, die niet tot dat volk behoren, daarom misschien wel tweederangs zijn. Zou dat de kern zijn? Moet daarom de jood sterven?

In de geschiedenis van het Protestantisme – zeker bij iemand als Luther - heeft de dood van Jezus een bittere rol gespeeld, als een vrijbrief om Joden waar ook ter wereld te vervolgen, wan voor Zijn dood werd het hele Joodse volk – collectief – verantwoordelijk gehouden.

Daarom is het zo goed, vind ik, dat wij als PKN nu openlijk afstand hebben genomen van die anti-joodse tirades van Luther – onze synode sprak er twee weken geleden over en dat zeker nu wij volgend jaar 2017 500 jaar Reformatie herdenken en vieren.

God zoekt de mens en neemt Israël als basis. En wekt dat jaloezie?

Het is overigens altijd goed om erop te wijzen dat het bijbelse Israel waarover wij in de kerk spreken en met wie wij als christelijke kerk een diepe verbondenheid voelen in Jezus van Nazareth, niet hetzelfde is als het huidige politieke Israel. Dat onderscheid moeten we altijd weer maken.
Daarom mogen wij als christenen ook oog hebben voor de rechten van het Palestijnse volk, zonder verraad te plegen aan de bijbelse roeping van het volk Israël.

Waarom moet de jood sterven? De prooi van Haman is Mordechai, niet omdat Haman dom is, of kleinburgerlijk, maar omdat Mordechai een jood is. Mordechai is niet beter of slechter dan ieder ander, maar hij vertegenwoordigt God. En daarom moet hij dood, vindt Haman. En op het plein wordt de paal omhoog gehesen. ‘Morgen zal hij hangen’, denkt Haman.

In het paleis wordt ondertussen niet geslapen. De koning ligt wakker. Waarom houdt Esther haar geheim zolang verborgen? Ahasveros is een tobber geworden. Hij denkt aan Wasti en aan wat hij in zijn stoerheid had bevolen. Hij kijkt terug in zijn verleden.
En hij laat zich voorlezen uit de vergeelde Staatscourant. En wat hoort het dan? Uitgerekend deze nacht? Ja, hoe dankzij Mordechai een aanslag op hem verijdeld werd. ‘Heeft hij niet eens een onderscheiding gekregen?’, vraagt de koning de andere ochtend. ‘Nee, majesteit, hij heeft helemaal niks gekregen’.

Opnieuw doet het denken aan de Jozefgeschiedenis. Jozef aan wie de schenker ook pas na lange tijd terugdacht en die vervolgens ook goed gekleed een rijtoer gaat maken, met een heraut voorop. Met die herinnering wordt de hoop gevoed. Er zal waarachtig redding zijn!

Sterker nog, de koning leest de Staatscourant in de nacht na de derde dag! Dat zijn de diepe verbanden in de bijbel, die zichtbaar worden. Er zal redding komen uit onverwachte hoek. De schrijver brengt die verbanden niet onder woorden, maar de goede verstaander heeft aan een half woord genoeg.

’s Morgens vroeg maakt Haman zijn opwachting bij de koning. Vandaag moet het gebeuren, Mordechai zal hangen.

‘Je komt als geroepen, Haman. ik wil iemand grote eer bewijzen! Wat denk je d’r van?’
En dan staat er venijnig: ‘Haman dacht bij zichzelf…’. En natuurlijk denkt Haman bij zichzelf… Het boze voert altijd weer gespreken met zichzelf, is van zichzelf bezeten.

Haman bedenkt al een fantastisch scenario voor een eerbetoon voor zichzelf, maar even later rijdt niet hij maar Mordechai in een koningsmantel hoog te paard door de straten van de stad. Haman als gedwee lakei voorop.

Jammerend komt hij thuis. En dan zegt zijn vrouw ook nog: ‘Als die Mordechai bij het joodse volk hoort, dan kun je echt niet tegen hem op hoor’. Is dat weer zo’n antisemitisch trekje? ‘Laat je toch niet in met zo’n jood, je wordt genomen waar je bij staat!’ Of voelt ze aan dat in het beste wat Israel te zien kan geven, haar meest geestelijk welstand, God zich present stelt en dan is het voor de mens maar beter om gehoorzaam te zijn en dienstbaar.

Gemeente, dan komt de ontknoping dichtbij. De koning weet niet dat hij Haman beledigd heeft en Esther weet helemaal niet wat er is gebeurd. Ze had er moed uit kunnen putten, maar ze weet van niks.
De koning en Haman weten niet eens dat Esther een jodin is, laat staan het nichtje van Mordechai. De koning weet alleen van het bevel, maar niet dat het om de uitroeiing van de joden gaat.

En dan spreekt Esther. En ze doet het met de hoogste vorm van diplomatie: ‘Als ik genade gevonden heb in uw ogen, koning, en als het u behaagt, laat dan aan mij mijn leven gegeven worden – dat is mijn verlangen, mijn leven en ook dat van mijn volk, dat is mijn verzoek!’

Ze stelt haar eigen levensgevaar openlijk voorop. Want als de koningin niet oppast, verspeelt hij zijn lieveling en dat is hem al eerder overkomen.
Esther speelt daar handig op in.

En tegelijk is ze solidair met haar eigen volk. Ze spreekt zelfs van de doodsnood van haar volk. En dan wijst ze de tiran aan die dit gruwelijke plan bedacht heeft: Haman, die ellendeling!

En de koning wordt verschrikkelijk boos, maar houdt zich nog in.

En Haman, ja, die ziet zichzelf al hangen. En in een vertwijfelde poging het onheil nog af te wenden, werpt hij zich over de divan, waar Esther op zit. Op dat moment komt de koning weer binnen. Het is duidelijk in de ogen van Ahasveros. Haman pleegt ook nog ongewenste intimiteiten!

En ja, toen hing ‘ie. Aan de paal die voor Mordechai was opgericht. ‘Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in’, het is de bijbelse wijsheid van Spreuken 26: 27.

Het verhaal is uit. Tenminste zo kennen wij het doorgaans. Het gaat in werkelijkheid nog iets verder, hoofdstuk 8, 9 en 10. Er is nog een slot, een bloederig slot, dat het plezier van het verhaal tot nu toe kan vergallen. Het moordbevel kon niet worden ingetrokken, het was een wet van Meden en Perzen. Maar de joden krijgen wel toestemming om te doden voordat zijzelf gedood worden. En ze laten er geen gras over groeien. Ze brengen 75.000 man om. Wat moet je met zo’n slot? Is er dan toch ruimte voor wraak? Dat verwacht je toch niet van de bijbel?

Nogmaals, Esther is geen echte geschiedenis. Het is een legende, een bijbelverhaal dat geschreven is voor en om een boodschap. En wat is die boodschap? Dat wraak is toegestaan?

Nee, in deze slothoofdstukken komen diepe gevoelens naar boven. Haat, boosheid, frustratie, maar ook een verlangen. Haat en boosheid wellen op, vergelijkbaar met de vader van Mariska Peters deze week in de rechtbank, die zijn broer, de dader van de moord op zijn nichtje, wilde aanvliegen, zo begrijpelijk.

Hier in het bijbelboek Esther is het aan het slot niet veel anders. Frustratie zoekt een uitweg, maar er wordt ook een verlangen mee uitgedrukt. Dat de beul niet tot in eeuwigheid een voorsprong houdt op zijn slachtoffer. Dat de eersten de laatsten zullen zijn, dat verdrukten worden bevrijd en de verdrukker het onderspit zal delven. Dat verhoudingen worden rechtgezet.

Gemeente, Esther is geschreven voor alle mensen, joden en niet-joden, voor mensen die zich afvragen: Is er wel een God? En grijpt die ook in? Waarom zien we niks van God? Wanneer komt werkelijk het beloofde land, de toekomst van vrede?

Voor al die mensen die met deze vragen worstelen, is dit verhaal geschreven.
Ja, het kwaad wordt gestraft, het zal niet voor eeuwig duren, er komt een einde aan het lijden en de pijn, maar vraag niet hoe of wanneer.
Maar houd vol, wees creatief, diplomatiek als het moet, recht voor zijn raap als het kan. En geniet als de Mordechai’s van deze wereld koning worden.

Geniet van al die kleine momenten waarop het licht toch net iets sterker is dan het duister. Moed het wint van de angst. Dat je ergens kunt geloven dat God jou ziet en met je meegaat. Want God gaat schuil bij de mensen die leven van de hoop.

Amen.

Overzicht preken

08-07-2018
Jona 4

01-07-2018
Jona 2 en 3

24-06-2018
Jona 1

03-06-2018
Mensen boven regels

27-05-2018
Zondag Trinitatis

20-05-2018
Pinksteren

13-05-2018
Wezenzondag

10-05-2018
Hemelvaartsdag

22-04-2018
De goede herder

15-04-2018
Petrus

01-04-2018
Paaspreek
(Pasen)


25-03-2018
Een koning zonder troon
(Palmzondag)


18-03-2018
De graankorrel

11-03-2018
Delen
(Oecumenische dienst Veertigdagentijd)


18-02-2018
Verzoeking in de Woestijn

11-02-2018
Eenzaam, tweezaam

28-01-2018
Van een leer word je nog geen leerling

14-01-2018
Bruiloft in Kana

31-12-2017
Oudejaarsdienst

25-12-2017
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2017
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


17-12-2017
Woestijnroos
(Derde advent)


10-12-2017
Jesaja's vredesvisioen
(Tweede advent)


03-12-2017
Voorbereiden op Kerst
(Eerste advent)


26-11-2017
Houdt uw lamp brandende
(Eeuwigheidszondag)


12-11-2017
Kinderen van het licht

05-11-2017
Dankdag

29-10-2017
Een vaste burcht is onze God

08-10-2017
Jaloezie
(Jeugddienst)


01-10-2017
Israëlzondag

24-09-2017
Zorgen moet je doen niet maken

17-09-2017
Vredeszondag
(Oecumenische dienst)


10-09-2017
Zacheüs
(Startzondag)


27-08-2017
De farizeeër en de tollenaar

20-08-2017
Waarom zou ik naar de kerk gaan?

13-08-2017
Denken over danken

02-07-2017
Het verloren muntje

18-06-2017
Rijke man en arme Lazarus

28-05-2017
Ruth 4

21-05-2017
Ruth 3

14-05-2017
Ruth 2

07-05-2017
Ruth 1

16-04-2017
Pasen

09-04-2017
Palmzondag

26-03-2017
Genezing blinde

12-03-2017
Verheerlijking op de berg

05-02-2017
Zout en licht

29-01-2017
Zaligsprekingen

15-01-2017
Oecumene
(Oecumenische dienst)


08-01-2017
Wijzen uit het Oosten

30-12-2016
Oudejaarspreek
(Oudjaarsdienst)


25-12-2016
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2016
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


11-12-2016
Derde zondag van Advent
(Derde advent)


27-11-2016
Eerste zondag van Advent
(Eerste advent)


20-11-2016
De namen op de zuil
(Eeuwigheidszondag)


13-11-2016
Johannes de Doper

06-11-2016
Jona
(Jongerendienst)


02-10-2016
Israëlzondag

25-09-2016
Bethel

11-09-2016
Deel je leven
(Startzondag)


04-09-2016
Waar je mee omgaat...

21-08-2016
Zorg dat je d’r bijkomt!

14-08-2016
Psalm 5: een psalm in oorlogstijd

03-07-2016
Zorgeloos leven?

26-06-2016
De esculaap

19-06-2016
Bloeiend leiderschap

12-06-2016
Tussen angst en vertrouwen

29-05-2016
God in de wolken

22-05-2016
Vervolgde Christenen

15-05-2016
De Geest
(Pinksteren)


24-04-2016
Esther 5, 6 en 7

17-04-2016
Esther 3 en 4

10-04-2016
Esther 1 en 2

27-03-2016
Eerst geloven, dan zien!
(Eerste Paasdag)


20-03-2016
Het nieuwe verbond
(Palmzondag)


13-03-2016
Jezus, de Hoeksteen
(Oecumenische dienst)


06-03-2016
Een vader had twee zonden
(Vierde zondag veertigdagentijd)


14-02-2016
De bruggenbouwer
(Eerste zondag veertigdagentijd)


07-02-2016
Mensen vangen

31-01-2016
Optreden van Jezus in Nazareth

10-01-2016
Dochtertje van Jaïrus
(Jongerendienst)


31-12-2015
De onvruchtbare vijgeboom
(Oudjaarsdag)


25-12-2015
Vrede op aarde?
(Eerste Kerstdag)


24-12-2015
De nacht van de hoop
(Kerstnachtdienst)


13-12-2015
Maria en Elisabeth
(Derde advent)


06-12-2015
Heilig Kind
(Tweede advent)


29-11-2015
Wees niet bang!
(Eerste advent)


22-11-2015
Valsheid tegenover oprechtheid
(Eeuwigheidszondag)


08-11-2015
Zondagsrust
(Dankuur voor gewas en arbeid)


01-11-2015
‘Hoe heet je?’
(Doopdienst)


11-10-2015
De rijke jongeman

04-10-2015
Mozes en Jezus
(Israëlzondag)


02-10-2015
En Jezus schreef in ’t zand
(Oecumenische Seniorenviering)


27-09-2015
Psalm 8

20-09-2015
Achab en Nabot
(Vredeszondag)


13-09-2015
De barmhartige Samaritaan
(Startzondag)


23-08-2015
Tien keer onafscheidelijk

16-08-2015
Effata! Ga open!




Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 030-8780698), email:
Mw. P. Beumer-de Gier (scriba), email:

disclaimer