Protestantse Gemeente Odijk


Tussen angst en vertrouwen

Ds. K.F. Visser
12-06-2016

Lezing(en): Numeri 13 en 14


Inleiding

We lezen vanmorgen verder in het bijbelboek Numeri. Israel in de woestijn op weg naar het beloofde land. Een prachtig hoofdstuk, omdat we er veel van onszelf in kunnen herkennen. Hoe we aldoor leven tussen hoop en vrees, met verlangen, maar ook met angst.
In dit hoofdstuk ontstaat tweestrijd. Twee verkenners hebben er het volste vertrouwen in dat ze de intocht in het land zullen volbrengen, dankzij Gods bijstand. Tien zien het niet zitten en het volk neemt hun huiver over.
Ik lees de eerste twee verzen van hoofdstuk 13, en vervolgens de tweede helft van hoofdstuk 13 en het begin van hoofdstuk 14.
Wie de moeite neemt om het hele hoofdstuk 14 uit te lezen, zal ontdekken dat alle volksgenoten, die uit angst de intocht niet durfden wagen voor straf veertig jaar door de woestijn zullen zwerven. God houdt zijn belofte overeind, maar wie niet horen wil moet voelen.
In het deel dat wij lezen, gaat het om de vraag of geloven in God verschil kan maken.

Gemeente van Christus,

Wat roept dit verhaal uit Numeri 13 en 14 bij u op? Is dit verhaal de bevestiging dat Israël alle recht heeft om de volkeren in Kanaän te verdrijven, zodat het zelf daar kan gaan wonen? Of is het zelfs de verdediging daarvan? Klinkt dat door in die heldhaftige uitroep: ‘Die volkeren daar, die vermorzelen wij met gemak!’? Moeten we ’t zo verstaan?

Of is het misschien juist hierom dat er ook mensen zijn, die dit helemaal geen fijn bijbelgedeelte vinden. Is Israël soms uit op etnische zuivering? En staat God daar dan achter? Is dit de consequentie van de zogenaamde landbelofte?

Ik liep daar bij mijn voorbereidingen tegenop. Zou ik er iets over kunnen zeggen? Moeten zeggen misschien wel? Juist omdat de meningen hierover verdeeld zijn. Wordt het dan zoiets als pro of contra Israël?
En omdat God zich hierin mengt, is het al helemaal ingewikkeld om een eenduidige visie te ontwikkelen.

Hoe heeft Israël Gods stem verstaan? En wat doet ze daar dan mee? En hoe zijn die overtuigingen vervolgens opgeschreven? Door welke filters is het heengegaan? Door welke bril keek de schrijver naar de geschiedenis?

Het is altijd zinvol om te bedenken dat deze verhalen veel later zijn opgeschreven. In werkelijkheid is de intocht van Israel in het beloofde land net iets minder spectaculair verlopen. Zo is het waarschijnlijk dat bijvoorbeeld leden van de stam van Kaleb waren blijven wonen rond de stad Hebron en niet verdreven waren naar Egypte. Die stad Hebron en die Kaleb komen zelfs nadrukkelijk hier in beeld. En waarschijnlijk is het daarom dat Kaleb er net iets meer vertrouwen in heeft, in die intocht.

Je voelt het ook aan dat tussenzinnetje over Hebron. Hebron is zeven jaar eerder gebouwd dat Soan in Egypte. Maar Soan is vrijwel zeker dezelfde stad als Hyksos en was sinds eeuwen de toenmalige hoofdstad van Egypte. Het is niet met zekerheid te zeggen dat het hier gaat om juiste historische gegevens. Het is een traditie om het zo te zeggen. Hebron was de eerste hoofdstad van David. Door het zo te zeggen wordt daaraan alle eer gegeven en daarom boven Egypte verheven. Dat speciale getal zeven duidt daarop.

Dit soort bijbelverhalen geeft een selectieve historische inkijk in de tijd van toen. Het is veelmeer een geestelijke verwerking van één van de belangrijke episode in de geschiedenis van het volk van God.

En nog belangrijker voor ons is, om het vooral niet te laten bij een verhaal van lang geleden. De uitdaging is altijd weer om na te gaan wat het te zeggen heeft over ons en onze manier van geloven? Hoe kan deze bijbelse geschiedenis zeggingskracht krijgen tot op vandaag, voor u en voor mij?

Zo ben ik het opnieuw gaan lezen. En ik neem u er graag voor even in mee.

Mag ik uitleggen wat ik erin ontdekt heb, hoe dit bijbelverhaal iets kan zeggen in het algemeen over geloven in God en dat het ook een persoonlijke verkondiging bevat, voor u en voor mij.

Numeri, dat bijbelboek, speelt zich af tussen de uittocht en de intocht. Het volk heeft met hulp van God het slavenbestaan achter zich kunnen laten, bevrijd. Ze ontkwam. En de Farao had het nakijken.
Het zijn die oerwoorden waarmee de tien geboden beginnen: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij heeft bevrijd’.

Zo mag het volk op weg gaan naar het beloofde land, dat land waarvan God had gezegd dat het overvloeit van melk en honing. Een gezond, vruchtbaar land, waar het volk in vrede zou wonen, zolang het de Heer zou vereren en dienen.

En daar zitten ze dan. In de woestijn. Precies zoals het boek Numeri op z’n Hebreeuws heet: In de woestijn. Tussen Egypte en het beloofde land in.
Ze hebben het land van de angst achter zich gelaten. De nieuwe toekomst wacht. Verlangen drijft hen.

Het is precies zoals die vluchteling het van de week op het journaal onder woorden bracht: ‘De vijand achter ons en voor ons de zee. En wat doe je dan?!’ Alleen is ’t hier dan niet de zee, maar ’t zand.

In de woestijn. In de tussentijd zijn ze. Maar ze komen dichterbij. De vervulling van de belofte lijkt aanstaande. Al hun hoop gevestigd op dat nieuwe begin. Hoe zal het zijn? Zullen ze kunnen uitrusten van de vermoeiende tocht? Zullen ze een nieuw leven opbouwen? Goed voor een generatieslang veilig woon- en leefklimaat? Ze kunnen niet wachten.

En de opdracht klinkt om dat nieuwe land te verkennen. Alle stamleiders worden bijeen gebracht met de opdracht om te gaan kijken hoe het daar is.

En wat volgt, is een prachtige beschrijving van die verkenning. Een onvoorstelbaar lange tocht van zuid naar noord. Onmogelijk lopend te doen in veertig dagen, voor wie er een landkaart bijneemt. Maar dit is dan ook geen geografische informatie. En ook geen kalenderinformatie; het is niet zomaar viereneenhalve week. Veertig dagen, dat is geestelijke taal voor een alles omvattende tijd, waarin alles op z’n plek valt.

Het wordt een voorspoedige tocht. Geen strobreed wordt de verspieders in de weg gelegd. Het is alsof ze in het paradijs beland zijn. Daar kan je mee thuis komen! Want ze vinden er druiventrossen, granaatappels en vijgen. Koninklijke vruchten. Het nieuwe land is als de schepping uit Genesis 1. Ze gebruiken zelfs het belangrijkste woord van God uit Genesis 1. En God zag dat het goed was, zeer goed zelfs. Zo noemen ze het.

Ze zeggen niet met de vakantieman: Het is hier fantastisch. Ze zeggen het met de taal van de Thora; het is er zeer goed!
En ja, ze zeggen er ook wel wat bij. Het is nu ook weer niet alles goud wat daar er blinkt. Ach ja, er lopen daar ook wel wat mensen rond, die een kopje groter zijn dan wij. En ja, er zijn daar stoere steden, en die zijn ook best wel groot.

Maar Kaleb zegt met een hart vol geloof: We kunnen ze wel aan!
Hij zegt – om het maar meteen te vertalen naar onze hedendaagse geschiedenis - : Wir schaffen das!

Maar op de één of andere manier slaat het in zijn tegendeel om. Kaleb blijkt de enige te zijn die het ziet zitten. En later samen met Jozua, in Numeri 14. De anderen hadden blijkbaar tot dan toe gezwegen, durfden zich niet goed uitspreken. Waren misschien toch wel geïmponeerd, al wilden ze hun volksgenoten niet meteen ontmoedigen… maar als Kaleb zo ronduit zegt dat het wel goed komt, voelen de anderen zich geroepen om een tegengeluid te laten horen.

Hier wordt zichtbaar wat later voor nieuwe problemen zou zorgen. Hier wordt een tweedeling zichtbaar tussen het tienstammenrijk en het tweestammenrijk. De twee zuidelijke stammen van Israël en Juda, voortgekomen uit Jozua en Kaleb. Het tweestammenrijk waaruit de Messias zou voortkomen!

Kaleb heeft er alle vertrouwen in. Maar hoe krachtiger hij dat benadrukt, hoe meer de anderen hun angst gaan voelen.

In de bijbel (Jozua 14) wordt verteld hoe Kaleb ooit door drie legendarische helden werd verdreven uit zijn gebied rond Hebron. Hij werd verdreven door Enakieten; hun namen worden hier genoemd: Achiman, Sesai en Talmai.
Drie mannen die horen bij het volk van de Enakieten.
Enak betekent ‘langhals’; reuzen zijn het. Grote kerels. En Kaleb – zijn naam verwijst naar een hondje – Kaleb werd als hond verdreven. Is dat het waarom ze hem wantrouwen? Hij kan ze nog meer vertellen. Hoezo doet hij nou zo luchtig erover, alsof het eigenlijk niks voorstelt, de intocht in het nieuwe land?

Of ziet het volk niet dat er bij Kaleb iets anders speelt. Dat bij Kaleb, net als trouwens bij Jozua, geloof een rol speelt, de hoofdrol zelfs. Van doorslaggevend belang zelf.

Maar nu, hier op dit punt in het verhaal, is het nog zover niet. Hoe sterker Kaleb de nadruk legt op een probleemloze intocht, hoe meer de anderen leeuwen en beren op hun weg zien.

Hoe werkt dat? In het algemeen? Zijn er niet meestal twee polen waartussen ons leven zich afspeelt? Angst en verlangen, huiver en vertrouwen. Elk mensenleven kan vergeleken worden met Israël in de woestijn. Elk mens leeft voortdurend tussen hoop en vrees. We zitten altijd ergens tussenin. Tussen uittocht en intocht. Tussen blijde verwachting en bange zorgen. En neemt het verlangen toe, de hunkering naar eindelijk rust, dan is er altijd wel iets of iemand die roet in het eten gooit.

Ach, zegt de dokter geruststellend: die ingreep, meneer/mevrouw, is een routineklus voor de chirurg. Slagingspercentage van 96%. Wie denkt dan niet aan die 4% waarin het toch mis kan gaan?

Je zegt als ouder tegen je kind: Joh, dat examen, je staat er goed voor. Dat komt echt wel goed. Dan kun je erop wachten dat zoon of dochterlief zegt: Ja, maar het moet eerst nog gebeuren. En je weet maar nooit wat ze vragen.

Jij drukt op de ene pool van het vertrouwen. En de ander schiet meteen in de andere pool van de angst.

Van waaruit kijk je naar de problemen, die zich kunnen voordoen?

Kijk je vanuit het perspectief van de angst? Dan zeggen sommige mensen: Al die buitenlanders, die hier maar komen. Ze doen onze vrouwen en dochters vast wat aan. Het zijn woestelingen. Reuzen, zeg maar. En de neiging ligt voor de hand, om wat als gevaar wordt gevoeld, zwaar te gaan aandikken. Wat angst inboezemt, wordt vaak groter gemaakt dan het is.

Dat gebeurt hier ook bij die tien verkenners. Ze zeggen: Enakieten zijn het. Reuzen, roepen ze vol schrik en in paniek. We voelden ons als nietige sprinkhanen, en veel meer zullen we ook niet in hun ogen zijn geweest.
En het virus van de angst infecteert het hele volk. Ze jammeren en klagen dat het een aard heeft. Waren we maar in Egypte gestorven of in de woestijn! Straks worden we nog door het zwaard geveld en zullen ze onze vrouwen en kinderen buitmaken.
En wat je dan ziet, is heel onthullend, vind ik. Dan wil het volk meteen een andere leider kiezen. Het ligt aan Mozes. Die is niet goed genoeg. Die moet maar wijken. Een nieuwe leider moet het volk dan maar weer terugbrengen naar Egypte! Naar vroeger. Want vroeger was alles toch beter. Toen wisten we tenminste waar we aan toe waren. Nu voelen we alleen maar angst en zien we alleen maar gevaar.
En ze worden zo onzeker en bang en boos.
Angst maakt de dingen groot, groter dan ze zijn, meestal.

Ik noem de tandarts meestal als het weer tijd wordt voor de halfjaarlijkse controle: de beul. Want trauma’s uit het verleden, bieden geen gerustheid voor de toekomst; alsof ik niet weet dat de apparatuur en de behandelingen onvergelijkbaar beter zijn dan toen ik jong was. Angst drukt dat vertrouwen weg. Misschien is het wel zoals die uitdrukking het zegt: Een mens lijdt dikwijls het meest door het lijden dat hij vreest.

Of dat altijd zo is, weet ik niet. Dat durf ik hier niet te beweren. Ik weet niet hoe het voelt als er een zware medische behandeling moet worden uitgevoerd. Laat ik voorzichtig zijn. Die uitdrukking kan ook heel verkeerd uitpakken. Als er niet met toewijding geluisterd wordt naar de zorgen die iemand zich kan maken. Het kan te makkelijk worden gezegd. Geen misverstand.

Maar waar het hier om gaat, is in het algemeen dat mechanisme. Hoe meer iemand accent legt op vertrouwen, hoe krachtiger iemand zegt dat alles wel goed komt, hoe meer de ander kan gaan wanhopen, of wantrouwen voelt: Zou het werkelijk? De twijfel kan zomaar toeslaan.

Van waaruit kijk je naar de problemen, die zich kunnen voordoen? Durf je ook te kijken vanuit vertrouwen, vanuit geloof?
Kaleb en Jozua doen dat hier in dit bijbelverhaal. Ze gaan van God uit naar de problemen toe. Ze zeggen niet: We zijn met meer! Dus, kom maar op. We doen het wel even! Nou ja, ze zeggen het wel met kracht: ‘Die volkeren vermorzelen we met gemak’. Ze zeggen letterlijk: Die eten we op als broodje. Niet als domme, stoere praat. Maar als een relativering. Met een zekere humor. ‘Appeltje, eitje’.

Want ze beginnen niet bij zichzelf. Ze zeggen: Als de Heer ons goedgezind is, zal Hij ons erheen brengen en dat beloofde land aan ons geven.

Dat is het verschil. Ze zien hoe die volkeren niemand hebben die hen beschermt, zo zeggen ze het. Ze weten, ze vertrouwen dat dat het verschil maakt. Wij hebben geloof in God!
Zo durven ze tegen de problemen aan te kijken: vanuit God. Dat geeft hen vertrouwen.
Niet in de eerste plaats hun eigen kracht of moed of aantal. Maar dat ze erop willen en durven vertrouwen dat God met hen meegaat.

En ja, gemeente, dan wordt het persoonlijk.

Helpt dat? Dat je moeilijke dingen in je leven aangaat in het vertrouwen dat God met je meegaat? Dat ’t je een beetje ontspanning geven kan, als de angst je om het hart slaat. Je bent niet alleen. Hij gaat voor je uit!

Op mij maken die mensen indruk, mensen die me vertellen dat er rust over hen kwam, vlak voor ze de operatiekamer ingingen. Dat ze hun leven in de handen van God durfden leggen.

Op mij maken mensen indruk, die in alle bescheidenheid zeggen dat ze niet bang zijn, ook al moeten ze een zware beslissing nemen. Die niet vluchten voor gevaar of moeite. Mensen die vertrouwen uitstralen, moed, geloof en hoop.

Deze week sprak ik met een echtpaar over de reuzeproblemen van onze tijd. Waar je bang van worden kunt. Geweld, overstromingen, oorlog, problemen zo groot als de reuzen uit Numeri. Hoe kijken we daar tegenaan?
Kijken we vanuit angst? Of durven we ook te kijken vanuit geloof? Letten we alleen op de reuzen? Of letten we ook het onderhouden van ons eigen geloof?

Dat is wat mij betreft de vraag die we vanmorgen meenemen. Hoe zit dat bij u en bij mij? Is dat geloof er? En hoe is dat er?
En kennen we momenten waarop we voelden dat ons geloof toch net iets sterker was dan de verzoekingen in de woestijn van ons leven.

Want daar laat het zich goed mee vergelijken. Dit bijbelgedeelte uit Numeri lijkt op Jezus en de verzoekingen in de woestijn. Jezus herhaalt – in veertig dagen!- de weg van Israel door de woestijn, met alle verzoekingen van dien. En Hij doorstaat die.

Er blijkt een begaanbare weg te zijn. Wanneer geleefd en geloofd wordt vanuit God, vanuit vertrouwen, met hoop en moed.

Gemeente, wat mij betreft is dit een prachtig, indrukwekkend bijbelverhaal vanmorgen. Numeri, in de woestijn.
We leven dikwijls heen en weer geslingerd tussen angst en vertrouwen. Wat geeft de doorslag? En is er ook geloof?

God heeft zijn volk bevrijd, uit het diensthuis uitgeleid en gebracht naar het land van melk en honing.

Misschien gaat het er vooral om dat we op die bepalende momenten, als het crisis is in ons leven, als de angst toeslaat, als we bang worden, zouden kunnen bidden: God, hervorm, herschep ook mij, opdat ik door de wereldnacht de weg vindt naar uw woning. (Lied 723)

Zo’n gebed maakt dan het verschil!

Amen.

Overzicht preken

08-07-2018
Jona 4

01-07-2018
Jona 2 en 3

24-06-2018
Jona 1

03-06-2018
Mensen boven regels

27-05-2018
Zondag Trinitatis

20-05-2018
Pinksteren

13-05-2018
Wezenzondag

10-05-2018
Hemelvaartsdag

22-04-2018
De goede herder

15-04-2018
Petrus

01-04-2018
Paaspreek
(Pasen)


25-03-2018
Een koning zonder troon
(Palmzondag)


18-03-2018
De graankorrel

11-03-2018
Delen
(Oecumenische dienst Veertigdagentijd)


18-02-2018
Verzoeking in de Woestijn

11-02-2018
Eenzaam, tweezaam

28-01-2018
Van een leer word je nog geen leerling

14-01-2018
Bruiloft in Kana

31-12-2017
Oudejaarsdienst

25-12-2017
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2017
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


17-12-2017
Woestijnroos
(Derde advent)


10-12-2017
Jesaja's vredesvisioen
(Tweede advent)


03-12-2017
Voorbereiden op Kerst
(Eerste advent)


26-11-2017
Houdt uw lamp brandende
(Eeuwigheidszondag)


12-11-2017
Kinderen van het licht

05-11-2017
Dankdag

29-10-2017
Een vaste burcht is onze God

08-10-2017
Jaloezie
(Jeugddienst)


01-10-2017
Israëlzondag

24-09-2017
Zorgen moet je doen niet maken

17-09-2017
Vredeszondag
(Oecumenische dienst)


10-09-2017
Zacheüs
(Startzondag)


27-08-2017
De farizeeër en de tollenaar

20-08-2017
Waarom zou ik naar de kerk gaan?

13-08-2017
Denken over danken

02-07-2017
Het verloren muntje

18-06-2017
Rijke man en arme Lazarus

28-05-2017
Ruth 4

21-05-2017
Ruth 3

14-05-2017
Ruth 2

07-05-2017
Ruth 1

16-04-2017
Pasen

09-04-2017
Palmzondag

26-03-2017
Genezing blinde

12-03-2017
Verheerlijking op de berg

05-02-2017
Zout en licht

29-01-2017
Zaligsprekingen

15-01-2017
Oecumene
(Oecumenische dienst)


08-01-2017
Wijzen uit het Oosten

30-12-2016
Oudejaarspreek
(Oudjaarsdienst)


25-12-2016
Kerstmorgen
(Eerste Kerstdag)


24-12-2016
Kerstnacht
(Kerstnachtdienst)


11-12-2016
Derde zondag van Advent
(Derde advent)


27-11-2016
Eerste zondag van Advent
(Eerste advent)


20-11-2016
De namen op de zuil
(Eeuwigheidszondag)


13-11-2016
Johannes de Doper

06-11-2016
Jona
(Jongerendienst)


02-10-2016
Israëlzondag

25-09-2016
Bethel

11-09-2016
Deel je leven
(Startzondag)


04-09-2016
Waar je mee omgaat...

21-08-2016
Zorg dat je d’r bijkomt!

14-08-2016
Psalm 5: een psalm in oorlogstijd

03-07-2016
Zorgeloos leven?

26-06-2016
De esculaap

19-06-2016
Bloeiend leiderschap

12-06-2016
Tussen angst en vertrouwen

29-05-2016
God in de wolken

22-05-2016
Vervolgde Christenen

15-05-2016
De Geest
(Pinksteren)


24-04-2016
Esther 5, 6 en 7

17-04-2016
Esther 3 en 4

10-04-2016
Esther 1 en 2

27-03-2016
Eerst geloven, dan zien!
(Eerste Paasdag)


20-03-2016
Het nieuwe verbond
(Palmzondag)


13-03-2016
Jezus, de Hoeksteen
(Oecumenische dienst)


06-03-2016
Een vader had twee zonden
(Vierde zondag veertigdagentijd)


14-02-2016
De bruggenbouwer
(Eerste zondag veertigdagentijd)


07-02-2016
Mensen vangen

31-01-2016
Optreden van Jezus in Nazareth

10-01-2016
Dochtertje van Jaïrus
(Jongerendienst)


31-12-2015
De onvruchtbare vijgeboom
(Oudjaarsdag)


25-12-2015
Vrede op aarde?
(Eerste Kerstdag)


24-12-2015
De nacht van de hoop
(Kerstnachtdienst)


13-12-2015
Maria en Elisabeth
(Derde advent)


06-12-2015
Heilig Kind
(Tweede advent)


29-11-2015
Wees niet bang!
(Eerste advent)


22-11-2015
Valsheid tegenover oprechtheid
(Eeuwigheidszondag)


08-11-2015
Zondagsrust
(Dankuur voor gewas en arbeid)


01-11-2015
‘Hoe heet je?’
(Doopdienst)


11-10-2015
De rijke jongeman

04-10-2015
Mozes en Jezus
(Israëlzondag)


02-10-2015
En Jezus schreef in ’t zand
(Oecumenische Seniorenviering)


27-09-2015
Psalm 8

20-09-2015
Achab en Nabot
(Vredeszondag)


13-09-2015
De barmhartige Samaritaan
(Startzondag)


23-08-2015
Tien keer onafscheidelijk

16-08-2015
Effata! Ga open!




Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 030-8780698), email:
Mw. P. Beumer-de Gier (scriba), email:

disclaimer