Protestantse Gemeente Odijk


Voor alle mensen van goede wil

Ds. K.F. Visser
30-09-2018

Lezing(en): Numeri 11: 24-29 en Marcus 9: 38-41


Gemeente van Christus,

Vorige week zondag was het nog een quizvraag. Op onze Gemeentezondag vroegen we o.a. hoeveel adressen onze kerkelijke gemeente telt. Antwoord 380. Het wordt me wel eens vaker gevraagd. Hoeveel mensen horen er bij jouw kerk? Zo’n 800 mensen, zeg ik dan, 380 adressen. En dan schroom ik vaak niet om te zeggen dat helaas niet de mensen van alle adressen even meelevend zijn. Met afgeronde cijfers: zo’n 300 van de 800 behoren min of meer tot de meelevende leden, zo’n 500 zijn toch voornamelijk papieren leden. Ik hoor het mezelf zeggen.

Maar vandaag zet Jezus daar vraagtekens bij. Wie hoort er nou bij en wie niet? Hoe trek ik een grens? Maar is het wel de bedoeling dat er een grens getrokken wordt? Wie behoren nou tot de kernleden en wie tot de randkerkelijke? En wie maakt dat uit? En wat maakt dat uit? Spannende vragen voor vanmorgen.

En als ik me er dankzij de beide lezingen in verdiep, valt me op dat die vragen niet van onze tijd alleen zijn, maar al heel lang meegaan met het volk van God. Al in de tijd van Mozes kwamen die vragen op. Wie hoort erbij, wie niet? Eerst was Mozes zo ruimhartig dat hij – in hoofdstuk 10 van het boek Numeri – Chobab uitnodigt mee te gaan op reis naar het beloofde land; Chobab is een Midjaniet; eigenlijk een vijand van het volk van God, maar Mozes wil hem uitnodigen mee te gaan. Maar zodra het eigen volk hier lucht van krijgt, begint het te morren. En het morren wordt nog versterkt door een gebrek aan voedsel. Het volk klaagt. En dan is het weer aan Mozes om er wat op te bedenken. Hij stelt zeventig helpers aan. Die helpers moeten het volk als het ware genezen van hun hardheid en vooral ook van het terugverlangen naar Egypte. Alsof het verleden zoveel beter was. Die zeventig worden aangesteld en ontvangen de zegen van God; ze worden bevestigd in hun ambt. En ze beginnen zo te spreken dat ieder voelt dat ze bezield zijn door de goede Geest van God. Ze gaan profeteren, heet dat.

Maar dan komt het bericht dat er nog twee zijn van buiten het officiële kamp, die ook door de Geest van God bezield geraakt zijn. Twee mannen, Eldad en Medad, namen met indrukwekkende betekenissen. Eldad wil zeggen: Hij houdt van God. En Medad wil zeggen: Hij die liefheeft. Dat liegt er dus niet om en wie durft dan nog te zeggen dat die twee buitenstaanders er niet bij horen! Mozes voelt meteen aan hoe de vlag erbij hangt. Zijn meest ijverige leerling Jozua wordt ongerust en dringt bij Mozes aan op een spreekverbod voor beide. Maar Mozes houdt zijn rug recht. God is groter dan ons hart, vindt hij. En hij zegt: Ik mocht willen dat heel het volk zou profeteren! Met andere woorden: Was iedereen maar zo! Dat hij/zij van God houdt en van ware liefde weet. Was iedereen maar zo! Dat is de les.

En ik ervaar dat als een pijnlijke les. Wie hoort er nou bij? Wie reken ik tot de kern van de gemeente? Hoe vanzelfsprekend gebruik ik die termen, kernleden en randkerkelijke leden;meelevende kerkmensen en mensen waar je niks aan hebt… ik hoor het mezelf zeggen. En wij zoals wij hier zitten, weten ook wat we er samen mee bedoelen; zien er een eerlijke, maar vooral feitelijke beschrijving in van de stand van zaken. Is het zo fout om dat te doen?

We weten van jonge mensen, die graag hun huwelijk in een kerkdienst willen laten inzegenen. En ik stem er graag en van harte mee in, ook al weet ik dat ik ze waarschijnlijk na de trouwdienst zelden of nooit meer in een kerkdienst zal terugzien. Was het voor de show? Was het een familietraditie? Voor opa en oma? Ik zeg geen nee tegen zulke jonge mensen. Graag ben ik liever uitnodigend dan afwijzend, want dan weet ik zeker dat we ze kwijt zijn. Maar ik krap mezelf ook wel eens achter m’n oren. Had ik dit wel moeten doen? Wat beweegt mensen om in de kerk te trouwen, maar verder van betrokkenheid geen blijk geven?

Het geldt ook voor sommige jonge mensen die hun kindje ten doop houden. Ik geloof dat ze het waarachtig menen als ze vragen om de doop. Ze willen iets overdragen van het christelijk geloof, normen en waarden. Hun kindje moet ergens bij horen. Maar wat is het dat sommigen na de doopdienst zelden of nooit meer een kerkdienst bijwonen? Ik ben liever uitnodigend dan afwijzend, maar heb achteraf ook wel eens mijn reserves gevoeld.

Wie hoort er bij? Ik vind het een lastige vraag.

Vooral als ik me realiseer hoe Jezus omgaat met diezelfde vraag. We kennen de verhalen uit het Nieuwe Testament. Hoe vaak lezen we niet van mensen van buitenaf, die er voor Jezus helemaal bijhoren. De Kanaänitische vrouw, de Syro-fenische vrouw, de doofstomme uit Tyrus en Sidon, de bezetene uit het land van de Gerasenen, de barmhartige Samaritaan, heel wat van deze zogenaamde buitenstaanders worden door Jezus erbij gehaald. Ze dienen zelfs vaak als voorbeeld voor het eigen volk om de ruimhartigheid van God te laten zien.
Jezus zegt het zelf: Niet iedereen die zégt Heer, Heer, maar wie doet de wil van de Vader zal het Koninkrijk binnengaan. Het gaat niet om een beleden geloof zozeer, maar om geloof in praktijk. En Iedereen die op die manier het Koninkrijk niet tegenhoudt, die hoort erbij.
En hoe kunnen mensen dat tonen? Door een beker koud water te geven aan wie dat nodig heeft, zegt Jezus. Zo simpel is het dus. Praktisch christendom. Alle mensen van goede wil, die horen erbij, die mogen erbij gerekend worden, of ze hier nou wel of niet zondags zitten.
De centrale vraag uit beide lezingen is: Wie hoort erbij? Wanneer is iemand één van ons? Moet iemand dan eerst aan allerlei voorwaarden voldoen? Jezus zegt: Wie niet tegen ons is, is voor ons. Zo ruimhartig dus.

Kern en rand. Maar wie bepaalt de kern en wie de rand? Meestal bepalen de kernleden wie tot die kern behoren. Ik hoor het mezelf zeggen. Dat vind ik er ook het lastige aan.
Wie behoren tot de randleden? En ervaren deze mensen dat zelf ook? Er zijn mensen die zich als vrijwilliger inzetten voor het Witte Kerkje, maar ze zijn geen kerkganger in de zin van meedoen met kerkdiensten. Behoort zo iemand nou tot de rand of tot de kern? En nogmaals, wie bepaalt dat? Hoe kijk ik in iemands hart? Wat beweegt iemand nou ten diepste? En ben ik aangesteld om daar rechter over te zijn, om te oordelen wie er wel bij hoort en wie niet.

Ik denk ook aan kerkmensen van wie hun kinderen niet meer naar de kerk gaan. Hun kinderen gaan niet meer in dat vertrouwde spoor, laten zich uitschrijven uit het kerkelijk register, doen er niet meer aan, bidden niet meer, lezen nooit meer uit de bijbel. Kinderen die zeggen: Ach dat instituut zegt me niks meer. Maar als ik ouders spreek en ernaar vraag, zeggen ze maar al te graag hoe sociaal bewogen hun kinderen zijn, klaarstaan voor de buren als er nood is, gewoon goede mensen zijn geworden, mensen met het hart op de goede plaats. Wie hoort er nou bij en wie niet? En wie maakt dat uit?

Als Jezus spreekt met insiders, pleit Hij vaak voor de outsiders. Spreekt Jezus tot de outsiders, dan laat Jezus hen voelen dat ze bij de insiders horen.

Let op het goede dat iemand doet, is wat ik Jezus hoor zeggen. Vraag je niet af of iemand dat per se doet vanuit een christelijk motief, als geregistreerd kerklid, maar vanuit een menselijk motief. Een beker koud water, een pannetje soep voor die eenzame buurman, wie dat doet, hoort erbij. Zo iemand houdt in elk geval de komst van het Koninkrijk van God niet tegen, staat dat niet in de weg.

Ja, de Heer heeft vreemde kostgangers. We hebben elkaar niet uitgezocht om kerk van Christus te zijn. We zijn elkaar gegeven. Ik mocht willen dat zoveel mogelijk mensen zich thuis voelen in een kerkdienst, maar ik weet hoe betrekkelijk dat is. Ik houd wel van een zekere eenkennigheid, overzichtelijkheid. Mensen die liever afstand houden, maar zich toch niet laten uitschrijven, dat is toch vooral mijn probleem om daar mee te zitten.

God is groter dan ons hart. Hij kijkt verder, dieper, hoger. En Jezus, die zoekt hoe de deur naar het Koninkrijk zo open mogelijk komt te staan, zodat zoveel mogelijk mensen van uiteenlopende aard naar binnen gaan, Hij leert mij anders kijken.
En zou dat ook iets te zeggen hebben over hoe wij in ons land aankijken tegen mensen die van buitenaf hier onder ons hun toevlucht hebben gezocht – om zich veilig te voelen na oorlog of onderdrukking? Hoe ruimhartig zijn wij echt?

Als u straks brood en wijn aanneemt, weet dan dat Jezus Zijn leven en Zijn liefde wilde schenken aan iedereen die verlangt naar leven en liefde – Eldad en Medad -, zo ruim als dat maar onder woorden gebracht kan worden: leven en liefde…

Ik neem dat mee vandaag uit de lezingen, u misschien ook.

Amen.

Overzicht preken

13-10-2019
Na het kyrie ook het gloria

06-10-2019
Een kind in ons midden

15-09-2019
Een goed verhaal
(Startzondag)


25-08-2019
Aan tafel genodigd

14-07-2019
Simson (2)

07-07-2019
Simson (1)

23-06-2019
Gideon

16-06-2019
Debora
(Pinksteren)


09-06-2019
Vragen om de goede Geest
(Pinksteren)


30-05-2019
Hemelvaart

26-05-2019
De Geest die ons bijstaat

12-05-2019
Waarachtigheid

28-04-2019
Emmausgangers

21-04-2019
Pasen

14-04-2019
Palmpasen

31-03-2019
Thuiskomen

17-03-2019
Liefde
(Oecumenische viering)


10-03-2019
Weerstand bieden

17-02-2019
Ontmoeting met God en met elkaar
(Kinderdienst)


10-02-2019
Roeping Petrus

27-01-2019
Waartoe is Hij gekomen?

13-01-2019
Overgoten met licht

31-12-2018
Oudejaarsdienst

25-12-2018
Kerstmorgen

24-12-2018
'Een zon diep in de nacht'
(Kerstnachtdienst)


16-12-2018
Leven voelen
(Derde advent)


09-12-2018
De dienstbare kerk
(Tweede advent)


02-12-2018
Sprakeloos
(Eerste advent)


25-11-2018
Eeuwigheidszondag

11-11-2018
Dankdag

14-10-2018
'Laat de kinderen tot mij komen'
(Doopviering)


07-10-2018
Trouw

30-09-2018
Voor alle mensen van goede wil

23-09-2018
Omzien naar elkaar
(Gemeentezondag)





Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 06-25076869), email:
Dhr. J. van den Heuvel (scriba), email:
Webmaster, email:

disclaimer | privacyverklaring