Protestantse Gemeente Odijk


Eeuwigheidszondag

Ds. K.F. Visser
25-11-2018

Lezing(en): 2 Korintiërs 5: 1 en 2, 6 en 7


Gemeente van Christus,

Vanmorgen zijn wij hier om de gestorvenen te gedenken. Dit is de laatste zondag van het kerkelijk jaar; volgende week begint de tijd van Advent. Nu sluiten wij het kerkelijk jaar af.
En we noemen de namen van degenen die wij achterlaten in dat jaar, de ‘mensen van voorbij’.

Het was Hanna Lam, kinderliedschrijfster, die in 1987 een bundel uitgaf waarin dat opzegversje stond – zo noemde ze het zelf, ‘een versje om op te zeggen…‘. Het werd tot een van de meest bekende teksten van haar, die hun plek kregen in de Eeuwigheidszondag. Om dat zij daarin aangeeft dat de mensen die gestorven zijn nog volop deel uitmaken van aan ons eigen bestaan. Ze horen bij ons, ze zijn met ons verweven, maar ze zijn ook ‘van voorbij’, ze horen ook niet meer bij ons. Ze zijn in een ander weten…. en daar gaat de lezing over.

Maar eerst Hanna Lam.
De mensen van voorbij
wij noemen ze hier samen.
De mensen van voorbij
wij noemen ze bij namen.
Zo vlinderen zij binnen
in woorden en in zinnen
en zijn wij even bij elkaar
aan ’t einde van het jaar.

De mensen van voorbij
zij blijven met ons leven.
De mensen van voorbij
ze zijn met ons verweven
in liefde, in verhalen,
die wij zo graag herhalen,
in bloemengeuren, in een lied
dat opklinkt uit verdriet.

De mensen van voorbij.
Zij worden niet vergeten.
De mensen van voorbij
zijn in een ander weten.
Bij God mogen ze wonen,
daar waar geen pijn kan komen.
De mensen van voorbij
zijn in het licht, zijn vrij.

Het fraaie van deze tekst is dat de schrijfster de balans vindt tussen hier en daar, tussen de gestorvenen en ons, tussen de aarde en de hemel, zou je kunnen zeggen. De mensen die wij gedenken, zitten in ons hart, zitten in de verhalen die we elkaar kunnen vertellen. Zolang wij aan hen denken, zolang wij hen noemen, zolang we hen dichtbij voelen, blijven ze met ons leven, is er verbinding.

Maar we weten ook dat ze niet meer onder ons zijn; ze zijn gestorven, ze zijn uit de tijd gevallen, ze zijn van voorbij; ze worden niet vergeten en gelukkig maar!
Maar ze zijn ook in een ander weten, noemt Hanna Lam dat….

Waar is dat? Wat is dat?
Hanna Lam vult het zelf in: Bij God mogen ze wonen, schrijft zij. Dat is dat andere weten.
Die gans andere dimensie van bestaan, waar wij niet bij kunnen, zolang wij hier op aarde leven; een ander bereik, een ruimte waar de doden veilig zijn, geen pijn meer hebben, in het licht zijn, vrij, verlost… Ons deel is, het deel van de achterblijvers, is het verdriet om hen die niet meer bij ons zijn. Voor hen is het voorbij en zijn ze vrij.

Dat maakt onze herdenking tot een intens, beladen moment. We noemen hun namen, het voelt of ze heel dichtbij zijn, even is er weer die rijkdom aan herinneringen, ze vlinderen even bij ons binnen; we denken aan ze, we voelen hun nabijheid, we ruiken hun geur als het ware…. en het voelt gelukkig en dankbaar en vertrouwd… maar tegelijk is er het verdriet en het gemis, de afstand, de kilte, ze zijn er niet meer, niet meer onder ons…. bitter is het, pijnlijk, verdrietig.

Het heeft die twee kanten. We zoeken het op, we willen voelen dat ze een onuitwisbare plaats in ons leven innemen en vrijwel meteen realiseren wij ons dat het nooit meer zo zal zijn. Daarom gedenken wij.

We nemen hen, voor zolang ons leven duurt, mee op onze reis door het leven, in ons hart,
in ons hoofd, in verhalen, in spullen en we laten hen achter in dit voorbije kerkelijke jaar.

Gemeente, de apostel Paulus heeft ook gezocht naar woorden om dat uit te drukken.
Waar blijven onze doden? Hoe gaan we om met die verwarrende, onoplosbare vraag naar onze gestorvenen? Ze horen voor altijd bij ons en tegelijk zijn zij niet meer onder ons.
Wat gebeurt er?

Paulus gebruikt een beeld om het te omschrijven, om het te duiden, het beeld van een tent.
Het beeld van de tabernakel, om precies te zijn.
De tabernakel is een soort tent die het Joodse volk met zich mee nam op hun woestijnreis op weg naar het beloofde land. Een tent, die ze van pleisterplaats naar pleisterplaats meedroegen en opsloegen, om erin samen te komen als plaats van aanbidding en tegelijk symbool voor Gods aanwezigheid, de plaats waar God woont. Het is Gods mobiele woning, zo had God het gewild. Dat wil zeggen, er heerste de overtuiging dat die tent van God komt.
De mensen hadden het niet zelf bedacht…, dat maakte die plaats niet alleen uniek,
maar zelfs heilig.

Dat beeld gebruikt Paulus hier. Een tent als een soort kleed dat je om je heen sloeg,
tentdoek om te in te hullen, om je mee te bekleden, zegt Paulus. Heb je die tent als het ware omgeslagen, dan verblijf je bij God. Als die tabernakel het huis van God is, dan woon je na je dood in het huis van God; een eeuwig huis dus, een huis dat niet door mensenhanden is gemaakt. Het komt als een geschenk van de andere kant, kun je zeggen, het komt naar je toe, het valt je toe… een hemels huis als verblijfplaats na je dood.

Paulus gaat nog verder in dat beeld. Hij zegt: nu vinden we het leven zwaar; wij zuchten in onze aardse tent, dat lichaam van ons, dat valt niet mee… je zeult wat met je mee, dat je lichaam ook tot last kan zijn, daar doelt Paulus op. Je kunt soms, zegt hij, ernaar verlangen,
dat je dat andere kleed al aantrekt, dat van dat eeuwige huis; dan ben je verlost van die last.
Dan ben je voor altijd dichtbij God, niet meer ver weg, zegt hij tegen de mensen van die jonge christengemeente in die Griekse havenstad Corinthe. Nu voelt dat soms zo, dat je als kleine christengemeente in een vijandige omgeving moeite moet doen om staande te blijven;
een zware last. Je mocht willen dat je daarvan verlost was. Dan zou je voor altijd wonen bij God en wie wil dat nou niet!

Daarom zegt Paulus, omdat we dit verlangen kennen, houden we moed. We weten niet hoe het zal gaan, er is nog niks van te zien, maar we houden vol. Want dat verlangen geeft ons doorzettingsvermogen, nieuwe kracht, troost en veerkracht.

Is dat wat wij vandaag delen met elkaar? We houden vol, we zoeken elkaar op, we verlangen er soms naar dat de pijn en het verdriet dat op ons ligt, dat we met ons meedragen, dat we dat kunnen afleggen, als een oude jas aan de kapstok kunnen hangen en dat nieuwe kleed kunnen aantrekken….

Nee, we verlangen niet naar de dood, maar het voelt soms zo ontroostbaar en zwaar,
het gemis van wie ons lief en dierbaar was. Nooit meer samen! Wie vangt ons dan op?
Wie drukt ons aan zijn hart, wie roept ons toe dat wij bij Hem voor altijd veilig zijn, en dat we met de nodige moed verder kunnen? Gód, zegt Paulus, van God krijgen we die nieuwe woning, dat hemelse huis, aangereikt. We vallen niet in het niets en onze doden vallen niet ineen donkere leegte, maar in de hand van God.

Gij hebt o God, dit broze bestaan gewild
hebt boven ’t nameloze mij uitgetild.
Laat mij dan dankbaar leven, de volle tijd,
geborgen in de bevende zekerheid,
dat ik niet uit dit smal en onvast bestand
van mijn bestaan zal vallen dan in Uw hand.

Amen.

Overzicht preken

15-09-2019
Een goed verhaal
(Startzondag)


25-08-2019
Aan tafel genodigd

14-07-2019
Simson (2)

07-07-2019
Simson (1)

23-06-2019
Gideon

16-06-2019
Debora
(Pinksteren)


09-06-2019
Vragen om de goede Geest
(Pinksteren)


30-05-2019
Hemelvaart

26-05-2019
De Geest die ons bijstaat

12-05-2019
Waarachtigheid

28-04-2019
Emmausgangers

21-04-2019
Pasen

14-04-2019
Palmpasen

31-03-2019
Thuiskomen

17-03-2019
Liefde
(Oecumenische viering)


10-03-2019
Weerstand bieden

17-02-2019
Ontmoeting met God en met elkaar
(Kinderdienst)


10-02-2019
Roeping Petrus

27-01-2019
Waartoe is Hij gekomen?

13-01-2019
Overgoten met licht

31-12-2018
Oudejaarsdienst

25-12-2018
Kerstmorgen

24-12-2018
'Een zon diep in de nacht'
(Kerstnachtdienst)


16-12-2018
Leven voelen
(Derde advent)


09-12-2018
De dienstbare kerk
(Tweede advent)


02-12-2018
Sprakeloos
(Eerste advent)


25-11-2018
Eeuwigheidszondag

11-11-2018
Dankdag

14-10-2018
'Laat de kinderen tot mij komen'
(Doopviering)


07-10-2018
Trouw

30-09-2018
Voor alle mensen van goede wil

23-09-2018
Omzien naar elkaar
(Gemeentezondag)





Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Ds. K.F. Visser (tel 06-25076869), email:
Dhr. J. van den Heuvel (scriba), email:
Webmaster, email:

disclaimer | privacyverklaring