Protestantse Gemeente Odijk


Eerbied voor God

Ds. N. Dijkstra-Algra
05-01-2020

Lezing(en): Jesaja 11:1-10 en Mattheus 2:1-12


Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Zo aan het begin van het nieuwe jaar staan we vanmorgen stil bij wat ‘eerbied’ is, of klassiek uitgedrukt: ‘vreze des Heren’. We lazen in Jesaja over een toekomstige koning die er vol van is. ‘Hij ademt eerbied voor de Heer, Hij is vol van de vreze des Heren’
En we lazen gewoontegetrouw over de drie wijzen die eer kwamen bewijzen aan de pasgeboren koning van de Joden. Zij vielen voor hem neer. Vol eerbied en ontzag.
In Jesaja 11 gaat het over de kleine stronk die tot leven komt, een wonder, waarover de profeet zich verbaast. De tekst is in de eeuwen daarna altijd verbonden geweest met de komst van de Messias, met Jezus Christus.
In de tijd van Jesaja gaat het om een nieuwe koning, die ánders is dan Achaz, de koning tegen wie Jesaja profeteert. Achaz zocht zijn heil niet bij God, bij de eerbied voor God. Hij vreesde God niet, maar zocht zijn heil bij Assyrië. En dat heeft hij geweten. Assyrie kwam met groot geweld en liep Israel onder de voet en was bijna doorgestoten tot op Jeruzalem. Er was bijna niks van Juda meer over. Een stronk, meer niet. Maar uit die stronk groeit iets nieuws. Een koning die wél ontzag heeft voor God, die vól is van de Geest. Wijsheid, verstand, raad en sterkte, kennis en vreze des Heren staat er in de NBG.
En dan ineens springt Jesaja over naar een groots visioen, het visioen van een nieuwe aarde, waarop het leven veilig is, en dieren in onmogelijke combinaties samen leven. Vrede op aarde in alle opzichten, sjaloom die doorbreekt in de hele werkelijkheid. Een aarde die vol is van ontzag voor God.
En dat allemaal omdat er een koning zal komen die vól is van de Geest en die ‘eerbied ademt voor God’. Zijn lust zal zijn in de vreze des Heren, de NBG vertaling. Dat is dus wat we van Jezus kunnen zeggen, dat hij eerbied ademt voor God, dat hij vol is van de Geest en ontzag voor de Heer.
Vreze des Heren, eerbied voor God. Wat is het?
Het gaat hier niet om angstig zijn, dat kennen we wel. Wij mensen zijn voor van alles en nog wat bang. Angst kan ons beklemmen. Angst voor het kwaad, voor spoken, voor de dood, voor dreiging, voor klimaatcrisis, angst voor van alles en nog wat – voor de demonen die je ’s nachts uit de slaap houden, de zorgen, de onrust, de onzekerheden. Met die angsten heeft het allemaal niks te maken. Tegenover die angsten zetten wij de Evangeliewoorden: wees niet bevreesd. Johannes schrijft in zijn brieven: de volmaakte liefde drijft de angst, de vrees uit. Die twee gaan niet samen
Daar valt nog heel veel over te zeggen, want je zult maar geteisterd worden door angsten. Angst voor de toekomst, angst voor wat het nieuwe jaar te brengen heeft. Het helpt niet om al die angsten maar weg te drukken. ‘Wees niet bevreesd’is geen bezweringsformule. Het kan juist goed zijn het erover te hebben, het te delen met anderen, het onder ogen te zien en tégelijk ook je telkens weer te laten bijsturen door de vele malen dat God ons zegt: wees niet bevreesd, zie, ik ben met je. Immanuel, kind in de kribbe, de God die met ons meetrekt, tot op het kruis. Het kan dan ook een keuze zijn om je niet door al die angsten te laten regeren. Ik wil niet dat angst mijn leven bepaalt, want ik weet van een God die mij zegt dat ik niet bang hoef te zijn omdat Hij mét mij is.
Vreze des Heren is dan ook niet: bang voor God zijn. Zoals veel ouderen onder ons hebben meegemaakt in hun opvoeding. Ze herinneren zich donderpreken en ouderjaarsdiensten waarin je de stuipen op het lijf werden gejaagd. God kan je zomaar oordelen en in de hel slingeren. De God die twee gezichten heeft: liefde, maar ook toorn en verwerping. En je weet nooit waar je aan toe bent.
Een hemelhoge president van het gerechtshof, die je moet vrezen. Nee, zo niet. Als Christus verschijnt aan Johannes op Patmos, in al zijn heerlijkheid en glorie is zijn eerste woord opnieuw: vrees niet, ik ben het.
Het is ook niet zoiets als ‘respect’. Dat woord hoor je nu veel in onze samenleving. Respect. Op de voetbalvelden, niet discrimineren. Elkaar gelijkwaardig behandelen. Respect hebben voor de mening en levenshouding van een ander. Allemaal prima natuurlijk. Gewoon doen. Maar die vreze des Heren gaat dieper dan respect hebben voor God. Dat kan ook iets worden als: ik neem mijn hoed voor U af, maar loop verder gewoon door. Het is meer en dieper.
Het begint met verbazing, met verwondering, met de grote verrassing van Kerst: een kind onder ons, God die afdaalt in een pasgeboren baby. Het begint met de ontzagwekkende ontdekking dat God zelf naar ons toekwam, ons zijn eigen Zoon gaf, die al onze angsten op zich nam, die onze naaste werd, onze broeder, die ons zijn vrienden noemt- die maakt dat wij als kinderen van God mogen leven in vrijheid en liefde.
Komt verwondert U hier mensen! Dát is eerbied en vreze des Heren. Je staat als het ware te trillen op je grondvesten, met vrees en beven, omdat je opeens in een andere werkelijkheid terecht komt, omdat je ontdekt hebt en steeds opnieuw ontdekt wie God is. Schepper van hemel en aarde, van70 triljard sterren hoorde ik onlangs, een 70 met 22 nullen, ik maak me er maar geen voorstelling van, en die God bekommert zich om mij. Want onder miljoenen heeft Hij ook mij in het oog, heeft Hij mensen op het oog, verbindt Hij zich aan ons in kleinheid, in een klein begin- een stronk gaat bloeien, een kind wordt geboren.
Het is zó anders en zó onverwacht- de herders schrikken en zijn ontzet maar eindigen in een lofzang. De wijzen zien een ster, één van die 70 triljard en komen in beweging. Er moet een koning geboren zijn, wij willen hem eer bewijzen.
De wijzen, zij volgen het advies op van psalm 2. Psalm 2, doorgaans gelezen in de kerstnacht, een psalm over machthebbers die juist tegen God tekeer gaan- maar, zegt de psalm dan: wees verstandig koningen der aarde, leiders! Onderwerp u, toon de HEER uw ontzag, breng hem bevend uw hulde. Dat is wat de wijzen doen.
Prachtige voorbeelden vind je er ook over in de verhalen van C.S. Lewis over Narnia, die u vast wel kent. In die verhalen ontmoeten kinderen in een andere wereld, Narnia, de leeuw Aslan- en dat is Jezus. Als ze voor het eerst over hem horen zijn ze een beetje bang. Een leeuw? Is hij gevaarlijk of is het een tamme leeuw? ‘Ik ben een beetje bang hem te ontmoeten’ zegt één van de kinderen. Waarop meneer Bever, die hen over Aslan vertelt antwoord: ‘dat ben je vast en zeker liefje, iemand die niet tegenover Aslan staat met knikkende knieën is óf bijzonder moedig of bijzonder dom.’ Is hij dan toch gevaarlijk? Gevaarlijk? Natuurlijk is hij gevaarlijk, maar hij is goed. Hij is onze Koning, dat zei ik toch al’ .
God is niet tam, niet lievig. Maar Hij is goed. En zalig wie bij Hem schuilen. Als we Hem ontmoeten kunnen we niet anders dan door onze knieën gaan en knielen. Zoals de wijzen.
Die houding is ‘vreze des Heren’. Beseffen, dat het niet om jou draait, dat jij niet het middelpunt van de wereld bent, dat jij het ook niet allemaal weet- of op alle vragen een antwoord hebt, maar dat er wel Iemand is bij wie je terecht kunt, dat er een middelpunt is in het leven en in de geschiedenis. De God die een beweging naar ons toe maakt, via de profeten en uiteindelijk in Jezus, geboren in Bethlehem.
Vreze des Heren, verwondering, verbazing, ontzetting soms zelfs- het leidt tot eerbied, diepe eerbied en dankbaarheid. God lofzingen, geschenken aanbieden en daar een lange reis en volhardend zoeken voor over hebben. Het leidt tot beweging, zoals God zelf bewoog naar ons toe, zo reageren we, we antwoorden op zijn Woord. Hij sprak, Hij kwam. Wij doen niet anders dan antwoorden- hier in de kerk en in ons leven van alledag.
Amazing grace. Verbazingwekkende genade. We leven van wat ons geschonken wordt. Dat te beseffen is een goed begin van 2020, zó leven vanuit de vreze des Heren in het besef dat wij het niet allemaal weten, maar dat we afhankelijk zijn van de Bron van liefde en leven.
Dat leidt vervolgens tot wijsheid, waar de vreze des Heren het begin, het beginsel van is. Het is namelijk ook een dagelijkse oefening, om je te laten gezeggen door God, om telkens weer op zoek te gaan naar wat Hij van ons vraagt, persoonlijk, als kerkenraad, als kerkgemeenschap.
Het is nooit af. Het begint met verwondering, lofzang en aanbidding. Met knielen. En dat gaat nooit over. En het uit zich in allerlei vormen in het dagelijks leven, van aandacht, van eerbied, ook voor mensen. Zorgvuldig omgaan met elkaar, met Gods goede schepping, uit eerbied en ontzag voor Hem. Gaandeweg wijzer worden. Zullen we eerbiedig leven in het komende jaar?
Ik wens u en mezelf veel genade en wijsheid toe in 2020.
Amen.

Overzicht preken

05-01-2020
Eerbied voor God

25-12-2019
Kerstmorgen
(Geef het licht door!)





Zeisterweg 34, 3984 NL ODIJK

Dhr. J. van den Heuvel (scriba), email:
Webmaster, email:

disclaimer | privacyverklaring